Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Hoofdstuk

Artikel 34.

Uittreding.

Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING CURE

De deelnemende gemeenten hebben de mogelijkheid om, met inachtneming van de door het algemeen bestuur daaraan te verbinden voorwaarden, uit de regeling te treden bij een daartoe strekkend besluit van het college van burgemeesters en wethouders, dat wordt toegezonden aan het algemeen bestuur. De uittredende deelnemende gemeente dient de andere deelnemende gemeenten te compenseren voor de verliezen die laatstgenoemden lijden door het uittreden. Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur een onafhankelijke externe deskundige aan die in opdracht van het algemeen bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De onafhankelijke deskundige kan, met instemming van het algemeen bestuur, voor specifieke onderdelen van het uittredingsplan andere deskundigen inschakelen. Het uittredingsplan bepaalt de systematiek voor berekening van de financiële gevolgen van de uittreding. Het algemeen bestuur stelt een uittredingsplan vast. Het uittredingsplan regelt de gevolgen van de uittreding. Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. .De uittreding gaat niet eerder in dan op 31 december van het tweede jaar, volgend op dat waarin het in lid 1 bedoelde besluit is genomen.

Rechtspraak bij dit artikel