**1..** Het stemrecht bestaat uit één stem per lid van het algemeen bestuur, de voorzitter inbegrepen.
**2..** Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming wordt, met uitzondering van het bepaalde in het derde lid van dit artikel, de meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen vereist. Bij staking der stemmen heeft de voorzitter een doorslaggevende stem.
**3..** De navolgende besluiten kunnen slechts worden genomen met een meerderheid van drie vierde van het totaal aantal uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin elke deelnemende gemeente is vertegenwoordigd en tenminste twee derde van het aantal leden van het algemeen bestuur aanwezig is. Decimalen in de stemverhouding worden afgerond naar boven:
**a..** besluiten tot het vaststellen van een financiële regeling verband houdende met het toetreden tot en het uittreden uit de regeling;
**b..** besluiten tot het vaststellen en wijzigen van de begroting;
**c..** besluiten tot het vaststellen van de jaarrekening;
**d..** besluiten tot het vaststellen en wijzigen van het meerjaren- en jaarlijkse beleidsplan;
**e..** het vaststellen van een liquidatieplan in geval van beëindiging van de gemeenschappelijke regeling;
**f..** besluiten inzake de toepassing van artikel 10a, lid 2, van de wet.