Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks, voor 1 juni van het lopende kalenderjaar, de concept jaarrekening over het afgelopen jaar op en het concept jaarverslag vast en legt deze ter vaststelling voor aan het algemeen bestuur.
Het algemeen bestuur stelt jaarlijks, voor 12 juli van het lopende kalenderjaar, de jaarrekening en het jaarverslag over het afgelopen jaar vast.
Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk 15 juli, na de vaststelling van de jaarrekening door het algemeen bestuur, de jaarrekening vergezeld van de daarbij behorende verantwoording alsmede van een verslag van het onderzoek naar deugdelijkheid, opgemaakt door een buiten het lichaam staande deskundige, ter kennisneming toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.
Uiterlijk 15 juli verzendt het dagelijks bestuur de jaarrekening met bijbehorende verantwoording en het verslag van het onderzoek naar deugdelijkheid aan het college van gedeputeerde staten.