**1..** Uittreding van een gemeente die deelneemt aan deze regeling kan geschieden bij besluit van het college en met toestemming van de gemeenteraad van de betreffende gemeente.
**2..** Een besluit tot uittreding treedt in werking per 31 december van het tweede kalenderjaar volgend op het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen.
**3..** Het Dagelijks Bestuur zendt een besluit tot uittreding van een college aan de raden van de deelnemende gemeenten.
**4..** De raden kunnen binnen de in artikel 1 lid 3 Wgr genoemde termijn na ontvangst van het besluit tot uittreding hun zienswijze naar voren brengen. Het Algemeen Bestuur betrekt de zienswijzen bij het opstellen van het uittredingsplan.
**5..** Het Algemeen bestuur stelt een uittredingsplan vast. Het uittredingsplan regelt de gevolgen van de uittreding. Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding.
**6..** Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan wijst het Algemeen Bestuur een onafhankelijke externe deskundige aan die in opdracht van het Algemeen Bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De onafhankelijke deskundige kan, in overleg met het Algemeen Bestuur, voor specifieke onderdelen van het uittredingsplan andere deskundigen inschakelen.
**7..** Het uittredingsplan bepaalt de systematiek voor berekening van de financiële gevolgen van de uittreding.
**8..** De voorlopige respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten en de waarde van de formatie die de uittredende gemeente overneemt.
**9..** Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door het openbaar lichaam die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer zijn.
**10..** Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig, te maken dan wel te dragen door het openbaar lichaam die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding.
**11..** Het openbaar lichaam brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten en de waarde van de formatie die de uittredende gemeente overneemt in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom.
**12..** Kosten die de uittredende deelnemer maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van de deelnemer.
**13..** Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom.
**14..** De kosten voor het inschakelen van de onafhankelijke externe deskundige, als bedoeld in lid 6, en overige ingeschakelde deskundigen vallen onder de frictiekosten als bedoeld in lid 8.
**15..** De uittredende deelnemer is gehouden zich in te spannen om de formatie van het openbaar lichaam die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende deelnemer overneemt van het openbaar lichaam wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom.
Wijziging en opheffing
Wijziging
Hoofdstuk › Hoofdstuk 11
Artikel 36
Artikel 36
Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING WERKVOORZIENINGSCHAP REGIO EINDHOVEN