Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Hoofdstuk 11

Artikel 38

Artikel 38

Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING WERKVOORZIENINGSCHAP REGIO EINDHOVEN

1.. De regeling wordt opgeheven, wanneer de colleges van drie deelnemende gemeenten daartoe besluiten. 2.. Van de opheffing worden Gedeputeerde Staten in kennis gesteld. 3.. Het Algemeen Bestuur zendt het ontwerpbesluit tot opheffing toe aan de raden van de gemeenten. De raden kunnen bij de colleges van hun gemeente binnen de in artikel 1 lid 3 Wgr genoemde termijn na ontvangst van het ontwerpbesluit hun zienswijze over het ontwerp naar voren brengen. 4.. In geval van opheffing van de regeling besluit het Algemeen Bestuur tegelijkertijd tot liquidatie en stelt daarvoor direct de nodige regelen. Hierbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken. 5.. Het Algemeen Bestuur stelt, gehoord de colleges, het liquidatieplan vast, dat voorziet in de verplichtingen van de deelnemende gemeenten in de financiële gevolgen van de opheffing. Gedeputeerde Staten worden van het liquidatieplan in kennis gesteld. 6.. De gemeenten verbinden zich in geval van opheffing van het openbaar lichaam aan alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam zoals die over de gemeenten worden verdeeld in het onder lid 5 bedoelde plan. 7.. Het Dagelijks Bestuur is belast met de liquidatie. 8.. Zo nodig blijven de overige organen van het openbaar lichaam ook na het tijdstip van opheffing in functie totdat de liquidatie is vervuld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel