Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 25

Uitttreding

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking A2-gemeenten

1.. Iedere gemeente kan besluiten tot uittreding. Uittreding uit deze regeling door een gemeente vindt plaatst bij daartoe strekkend besluit van het college van de betreffende gemeente, met inachtneming van het bepaalde in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Dit besluit wordt terstond ter kennis gebracht aan het bestuur. 2.. Een besluit tot uittreding gaat in op 31 december van het jaar volgende op het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen. Dit geldt niet wanneer de colleges hierover andere afspraken maken. 3.. Het bestuur zendt een besluit tot uittreding van een gemeente aan de raden van de gemeenten. 4.. Bij het uittreden worden bij het bepalen van de gevolgen voor het vermogen van de regeling in ieder geval de volgende bepalingen gehanteerd: De uittredende gemeente is gehouden bij te dragen in de incidentele kosten die de uittreding met zich meebrengt. De bijdrage van de uittredende gemeente wordt vastgesteld door het bestuur. De uittredende gemeente is tevens gehouden tot betaling van de volgende bedragen: in het eerste kalenderjaar na uittreding het volle aandeel van de bijdrage aan de exploitatiebegroting in het laatste jaar van deelname aan de regeling, in het tweede jaar na uittreding 75% van dat aandeel, in het derde jaar na uittreding 50% van dat aandeel en in het vierde jaar 25% van dat aandeel. De bijdrage van de uittredende gemeente wordt vastgesteld door het bestuur. Een uittredende gemeente kan geen recht doen gelden op de overdracht van enig eigendom van de Samenwerking A2-gemeenten.

Rechtspraak bij dit artikel