1. De regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende eensluidende besluiten van de colleges, met inachtneming van artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
2. Het bestuur stelt de datum vast waarop de opheffing van toepassing wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 9, derde lid, en artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
3. Het bestuur stelt, binnen zes maanden na besluitvorming, een liquidatieplan vast en is belast met de uitvoering van de liquidatie.
4. Het liquidatieplan voorziet in:
de verplichting van de gemeenten tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing;
de gevolgen van de opheffing voor het personeel.
5. De Samenwerking A2-gemeenten en daaronder vallende organen blijven, zo nodig, na het tijdstip van de opheffing in functie totdat de liquidatie is afgerond.
Hoofdstuk 7
Artikel 27
Opheffing
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking A2-gemeenten