Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 3.

Artikel 3.2

Rijksniveau

Onderdeel van Gemeentelijk geluidbeleid Duiven

Nationaal Milieubeleidsplan (NMP) [18] In het NMP4 wordt de 'aantasting van de leefomgeving' als één van de zeven hardnekkige milieuproblemen genoemd. Al deze milieuproblemen hebben een relatie met de volksgezondheid. Het NMP4 geeft de volgende doelstellingen weer: In 2010 een geluidsbelasting van 70 dB(A) op woningen niet meer wordt overschreden. De 'akoestische kwaliteit' in het stedelijke en landelijke gebied in 2030 gerealiseerd moet zijn, onder andere door de aanpak van de rijksinfrastructuur (lees: autowegen en spoorwegen). De 'akoestische kwaliteit' in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) in 2030 is gerealiseerd. De situatie in 2010 ten opzichte van die van 2000 niet is verslechterd. Het Rijk heeft in het NMP4 gebiedsgericht geluidbeleid als strategie voorgesteld om bovenstaande doelstellingen te halen. Zo kan men maatwerk leveren om bij te dragen aan de lokale akoestische kwaliteit. De aanpak die men hier voor ogen heeft is brongericht beleid. Hierbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de best toepasbare technieken, waarbij aandacht zal zijn voor een redelijke verhouding tussen de kosten en baten. Om de haalbaarheid van de doelstellingen te vergroten zal het Rijk inzetten op innovatie. Een voorbeeld hiervan is stiller asfalt. „Vaste waarden, nieuwe vormen: Milieubeleid 2002-2006' [17] Deze notitie van VROM gaat alleen in op die onderwerpen van het NMP4, waaronder geluid, waarvoor gezien de gewijzigde economische en politieke omstandigheden aanpassing noodzakelijk is. Het gaat daarbij vooral om het Innovatieprogramma Geluid. De beoogde doelstellingen worden, zonder extra financiële middelen, niet allemaal in 2010 gehaald. Burgers worden dus langer aan meer geluid blootgesteld. Het kabinet werkt echter aan alternatieve maatregelen. In het 'Nationaal Verkeers- en Vervoersplan' (NVVP) en in de 'Nota Verkeer en emissies' zal daarom een pakket aan alternatieve maatregelen en acties worden gepresenteerd. Door VROM wordt een aangescherpt handhavingsbeleid nagestreefd ter beperking van geluidhinder in de woonomgeving. Wet geluidhinder (Wgh) [20] De Wet geluidhinder heeft tot doel de mens te beschermen tegen geluidhinder. In de wet staan regels voor weg- en railverkeerslawaai en voor gezoneerde industrieterreinen (waarop zich bedrijven kunnen vestigen die in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken). Een belangrijk principe uit de wet is dat maatregelen zo dicht mogelijk bij de geluidsbron moeten worden genomen. De wet werkt verder met zones. Dit zijn gebieden rond geluidsbronnen waarbinnen regels en normen gelden om de negatieve gevolgen van geluidhinder te beperken. Besluit geluidhinder (Bg) [15] Dit besluit is gebaseerd op de Wet geluidhinder en is op 1 januari 2007 in werking getreden. Op grond van dit besluit is onder meer de bevoegdheid tot het vaststellen van hogere grenswaarden grotendeels overgegaan van de provincie naar de gemeente. Tevens bevat het een nieuwe regelgeving over industrielawaai en over het geluid van weg- en railverkeer. Richtlijn omgevingslawaai [19] De Europese richtlijn omgevingslawaai is voor de Nederlandse situatie omgezet in de Richtlijn omgevingslawaai. Voor Duiven zal deze richtlijn nog geen directe gevolgen hebben. De richtlijn richt zich namelijk op agglomeraties, inrichtingen en wegbeheerders. De inwerkingtreding zal in twee tranches plaatsvinden. De eerste tranche richt zich op: agglomeraties met een bevolking van meer dan 250.000 inwoners; beheerders van hoofdspoorwegen waarop jaarlijks meer dan 60.000 treinen passeren; beheerders van wegen waarop jaarlijks meer dan 6 miljoen voertuigen passeren; beheerders van burgerluchthavens met jaarlijks meer dan 50.000 vliegtuigbewegingen. Zij moeten in 2007 een geluidsbelastingkaart aanleveren en in 2008 een actieplan hebben opgesteld. De tweede tranche richt zich op agglomeraties met een bevolking van meer dan 100.000 inwoners en (spoor-) wegen en vliegvelden met een lagere intensiteit (resp. 3 miljoen auto's, 30.000 treinen of 50.000 vliegtuigen). Zij moeten in 2012 een geluidsbelastingkaart aanleveren en in 2013 actieplannen hebben opgesteld. Wet ruimtelijke ordening (Wro) [22] De Wro bepaalt dat de ruimtelijke inrichting van Duiven moet voldoen aan de eis van een “goede ruimtelijke ordening”. Verschillende functies mogen elkaar niet onaanvaardbaar negatief beïnvloeden en moeten op elkaar worden afgestemd. Door onder andere milieuzonering worden milieubelastende en milieugevoelige functies gescheiden. De Wro bepaalt verder dat de gemeente de geluidszonering uit de Wet geluidhinder in acht moet nemen. Als de gemeente via een bestemmingsplanwijziging, een geluidsgevoelige bestemming in de zone van een weg mogelijk wil maken dan kan dit alleen als de geluidsbelasting, bepaald door middel van een akoestisch onderzoek, wordt getoetst aan de geluidsnormen uit de Wet geluidhinder. Wet milieubeheer (Wm) [21] Bijna alle bedrijven vallen onder de regels van de Wet milieubeheer. Dit betekent dat er geluidsnormen op de bedrijven van toepassing zijn om de woonomgeving te beschermen tegen geluidhinder. Vergunningsplichtige bedrijven hebben te maken met op maat gesneden geluidsvoorschriften en de geluidsnormen (grenswaarden) die gebaseerd zijn op de Circulaire Industrielawaai (1979) of de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening (1998) van VROM. Een groot aantal bedrijven valt sinds 1 januari 2008 onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer), tenzij ze zijn opgenomen in een limitatieve lijst van vergunningsplichtige bedrijven (bijlage 1 van het besluit). Op basis van art. 8.40 Wm zijn (geluids-)voorschriften van toepassing op deze inrichtingen. Op een aantal inrichtingen blijven de bestaande algemene maatregelen van bestuur (AMvB‟s) met de bijbehorende (geluids-)voorschriften van toepassing (zoals Besluit landbouw milieubeheer). De gemeente heeft de bevoegdheid om bij overtredingen van de geluidsvoorschriften te handhaven. Woningwet [23] Op basis van de Woningwet worden bouwvergunningen verleend. De geluidprestatie-eisen waaraan een bouwwerk moet voldoen zijn opgenomen in het Bouwbesluit. Bij de toetsing van de bouwaanvraag en het toezicht tijdens de bouw dient de gemeente er op toe te zien dat de prestatie-eisen worden gerealiseerd. Het gaat hierbij om: de geluidsisolerende eigenschappen van de gevel voor geluid van buiten; het beperken van geluidsoverlast tussen woningen; het geluid dat veroorzaakt wordt door installaties zoals ventilatie en de CV.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel