Met het in werking treden van de Wet milieubeheer is bij het stellen van vergunningvoorschriften meer vrijheid aan de vergunninghouder gelaten om zelf te bepalen met welke voorzieningen aan de gestelde normen kan worden voldaan. De Wet milieubeheer gaat uit van zogeheten doelvoorschriften2Doelvoorschriften zijn voorschriften die een doel voorschrijven, bijvoorbeeld een maximaal geluidniveau bij derden, en de wijze waarop dat doel bereikt wordt aan de vergunninghouder laten. Het tegenovergestelde van doelvoorschriften zijn middelvoorschriften, waarbij het middel wordt vastgelegd, bijvoorbeeld ‘deuren en ramen gesloten houden’. (art. 8.12, eerste lid 1), alleen wanneer dat noodzakelijk is kunnen concrete middelvoorschriften worden voorgeschreven. Zoals ook al in de vorige paragraaf is aangegeven, kan uit de jurisprudentie worden afgeleid dat bij het stellen van voorschriften tevoren vast moet staan dat aan de voorschriften kan worden voldaan. Dat geldt zowel voor de doelvoorschriften als voor de middelvoorschriften.
Bij het opstellen van voorschriften moet "maatwerk" geleverd worden, met andere woorden om de mate van detaillering van de voorschriften af te stemmen op de aard en complexiteit van de inrichting. Hoe complexer/dynamischer/gevoeliger de situatie, des te eerder kan worden volstaan met doelvoorschriften. Over het algemeen is bij grote bedrijven meer kennis ten aanzien van de geluidhinderbestrijding aanwezig of zullen deze gebruik maken van een akoestisch adviseur.
Doelvoorschriften verdienen op grond van de Wet milieubeheer de voorkeur en hebben tevens het voordeel dat het bedrijf flexibeler kan omgaan met wijzigingen en ontwikkelingen in de bedrijfsvoering. Bij het stellen van doelvoorschriften moeten aparte voorschriften (zowel voor de tijdgemiddelde als voor de maximale geluidsniveaus) opgenomen worden voor de dag-, avond- en nachtperiode. Daarmee wordt aan de inrichting die geluidsruimte vergund die goed past bij de benodigde ruimte, welke per periode sterk kan verschillen. Daarnaast wordt voorkomen dat meer geluidsruimte wordt vergund dan is aangevraagd. Zo zal een inrichting die alleen gedurende de dagperiode in bedrijf is, doorgaans in de avond- en nachtperiode veel minder geluidsruimte nodig hebben (afgezien van ventilatoren, automatisch werkende apparatuur en dergelijke).
Hoewel in beginsel ook in eenvoudige gevallen doelvoorschriften worden opgelegd, heeft het soms zin om tevens middelvoorschriften in de vergunning op te nemen. Deze verhogen de handhaafbaarheid van een vergunning en vergroten de duidelijkheid voor de vergunninghouder, zeker als het een relatief kleine, eenvoudige inrichting betreft. Het toepassen van middelvoorschriften houdt in het algemeen in dat zonder metingen (meestal zelfs alleen al visueel) kan worden vastgesteld of aan het voorschrift wordt voldaan. Bij afwezigheid daarvan kan meteen worden opgetreden.
Hoofdstuk › Paragraaf 2.
Artikel 2.2
De geluidsvoorschriften
Onderdeel van Gemeentelijk geluidbeleid Duiven