Er zijn redenen om geen maatwerkvoorziening Beschermd Thuis/ Beschermd Wonen toe te kennen. Dat kan te maken hebben met contra-indicaties of voorliggende voorzieningen waarvan eerst gebruik moet worden gemaakt. Hieronder zijn deze redenen omschreven.
Een cliënt komt niet in aanmerking voor een indicatie Beschermd Thuis/ Beschermd Wonen wanneer:
een cliënt in staat is om zich in een eigen woning te handhaven met voldoende ambulante begeleiding (lokale Wmo) en/of ambulante behandeling;
er nog onvoldoende gebruik is gemaakt van voorliggende voorzieningen, in de gemeente van herkomst, bijvoorbeeld wanneer een cliënt nog nooit ambulante begeleiding heeft ontvangen of te weinig om de ondersteuningsvraag te kunnen beantwoorden;
de cliënt slachtoffer is van mensenhandel en/of van mishandeling. In dat geval verwijst de politie naar Veilig Thuis, de vrouwenopvang of de regionaal coördinator mensenhandel. De opvang van slachtoffers van mensenhandel is landelijk geregeld. Slachtoffers van huiselijk geweld kunnen in eerste instantie terecht bij Veilig Thuis Kennemerland om daar verdere ondersteuning te krijgen;
er sprake is van ernstige gedragsproblematiek tijdens de onderzoeksperiode die kan leiden tot ontwrichting of extreme overlast op een locatie voor Beschermd Wonen. Indien de inwoner niet meewerkt aan het onderzoek kan de mate van motivatie niet worden vastgesteld tijdens het onderzoek;
de cliënt in crisis is als gevolg van een psychiatrische decompensatie. Dan is behandeling vanuit de Zvw voorliggend;
de cliënt dakloos is. Als cliënt dakloos is en niet voldoet aan de voorwaarden als genoemd in dit afwegingskader, wordt nagegaan of een opvangvoorziening passend is;
de client een justitiële titel opgelegd heeft gekregen én een forensische indicatie heeft om te kunnen verblijven in een beschermende woonvorm. In dat geval is de indicatie en plaatsing de verantwoordelijkheid van het ministerie van Justitie & Veiligheid; of
het CIZ een indicatie voor de Wlz heeft afgegeven. In dat geval is het aan het Zorgkantoor om de ondersteuning te organiseren.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 3.2.4