Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6

Artikel 6.4

Berekening bijdrage in de kosten maatwerkvoorzieningen of pgb

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Haarlem 2024

1.. De hoogte van de eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb wordt bepaald op de maxima die de wet en het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 stellen. De eigen bijdrage is niet hoger dan de kostprijs van de voorziening. 2.. De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura is maximaal gelijk aan de prijs waarvoor het college de voorziening in natura afneemt van een leverancier/ aanbieder, inclusief de reparatie-, verzekerings- en onderhoudskosten. 3.. De kostprijs van een eenmalig verstrekte maatwerkvoorziening in natura, anders dan voor dienstverlening, opvang of beschermd wonen, wordt als volgt berekend: als er sprake is van een maatwerkvoorziening in natura die door de gemeente wordt gehuurd, wordt de kostprijs per periode vastgesteld en is die gelijk aan de huur die de gemeente voor de voorziening over die periode verschuldigd is; als er sprake is van een maatwerkvoorziening in natura die door de gemeente wordt ingekocht, wordt de kostprijs vastgesteld op de vergoeding die de gemeente hiervoor verschuldigd is aan aanbieder. 4.. De kostprijs van de maatwerkvoorziening die wordt gebruikt voor de berekening van de eigen bijdrage is gelijk aan de goedkoopste ingekochte adequate voorziening. 5.. De kostprijs van een eenmalig pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb dat is verstrekt. 6.. De kostprijs van een periodiek verstrekt pgb is per periode gelijk aan de hoogte van het pgb dat over deze periode is verstrekt. 7.. De kostprijs van een traplift wordt vastgesteld op de gemiddelde prijs per verstrekking. 8.. De kostprijs van dienstverlening of beschermd wonen in natura wordt maandelijks vastgesteld en is gelijk aan de vergoeding die de gemeente voor de dienstverlening, of beschermd wonen over die periode verschuldigd is. 9.. De hoogte van de eigen bijdrage voor de opvang slachtoffers huiselijk geweld wordt jaarlijks vastgesteld op grond van de geldende bijstandsnormen, waarbij de cliënt minimaal zak- en kleedgeld en geld voor voeding (Nibud norm) plus de nominale premie ziektekosten minus de zorgtoeslag (indien van toepassing) overhoudt. 10.. De verschuldigde eigen bijdrage voor maatschappelijke opvang is een vastgesteld bedrag afhankelijk van de soort voorziening. 11.. Het college kan nadere regels stellen over de berekening en inning van de eigen bijdrage voor maatschappelijke opvang.

Rechtspraak bij dit artikel