Naar hoofdinhoud
Algemene bepalingen en vereisten De directeur neemt bij de aan hem/haar in mandaat, volmacht of machtiging opgedragen taken of bevoegdheden, de algemene instructies en de instructies per geval als bedoeld in artikel 10:6 eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van het college onderscheidenlijk de burgemeester in acht. Het mandaat tot uitoefening van een bevoegdheid heeft mede betrekking op alle handelingen die binnen het kader van de uitoefening van de bevoegdheid moeten worden verricht, zoals het voeren van correspondentie, het verzoeken om (aanvullende) informatie, het vragen of geven van advies, het verdagen van beslissingen, het verstrekken van inlichtingen en het voldoen aan publicatieverplichtingen. Een krachtens dit besluit genomen primair besluit of verrichte handeling past binnen het bestaande beleid en binnen de wettelijke en gemeentelijke regels; past binnen het daartoe beschikbaar gestelde budget; past binnen het werkterrein van de stedelijk directeur. Voor de toepassing van deze regeling en de daarop berustende bepalingen worden met mandaat gelijkgesteld de verlening van volmacht en machtiging. De directeur is bevoegd de aan hem gemandateerde bevoegdheden onder te mandateren respectievelijk ter zake volmacht en machtiging te verlenen aan personen die werkzaam zijn bij of voor het Bureau integraal maatschappelijk initiatief. Het voorgaande geldt ook als sprake is van volmacht en machtiging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel