Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Dienstauto burgemeester en wethouders

Onderdeel van Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Harderwijk 2024

Lid 1 Het college kan ten laste van de gemeente een dienstauto ter beschikking stellen bedoeld in artikel 3.2.10 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.8 van de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers. Lid 2 Een dienstauto kan worden gebruikt voor zowel zakelijke als bestuurlijke doeleinden. Lid 3 Onder gebruik voor zakelijke doeleinden wordt in dit artikel verstaan gebruik dat voor de toepassing van artikel 13bis van de Wet op de loonbelasting 1964 en de daarop berustende bepalingen niet als gebruik voor privédoeleinden wordt aangemerkt. Lid 4 Onder gebruik voor bestuurlijke doeleinden wordt in dit artikel verstaan gebruik in het kader van de uitoefening van nevenfuncties, waarvan de uitoefening door de burgemeester of wethouder naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in het belang van de gemeente is. Lid 5 Indien de burgemeester of de wethouder een dienstauto uitsluitend gebruikt voor zakelijke en bestuurlijke doeleinden en hij voor het gebruik van die auto loon- of inkomstenbelasting verschuldigd is, wordt deze belastingheffing ten laste van de gemeente aan hem vergoed. Lid 6 Indien de burgemeester of de wethouder een dienstauto uitsluitend gebruikt voor zakelijke en bestuurlijke doeleinden, worden vergoedingen van derden in verband met het gebruik van die auto in de gemeentekas gestort. Lid 7 De burgemeester of de wethouder heeft bij gebruik van een dienstauto geen aanspraak op een vergoeding voor dienstreizen. Lid 8 Voor reizen voor de uitoefening van het ambt worden aan de burgemeester of wethouder bij een dienstauto de parkeer-, stallings-, veer- en tolkosten ten laste van de gemeente vergoed, mits deze kosten niet uit andere hoofde worden vergoed. Lid 9 Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel