Voor het onderzoek naar de ruimtelijke effecten van kleine windturbines op het landschap is vooral de mate van openheid/beslotenheid van een landschap belangrijk. In samenhang daarmee spelen de grootte, vorm en beplanting van de boerderij-erven een belangrijke rol. In de Visie ruimtelijke kwaliteit Achtkarspelen (14-10-2021) wordt zowel op de landschapstypering ingegaan als op de boerderij-erven daarbinnen. Ook is in deze visie beleid geformuleerd voor de omgang met deze erven in het geval er initiatieven zijn voor veranderingen op of van het erf. De komst van kleine windturbines is hierin nog niet meegenomen.
In onderstaande tabel en het daarbij horende kaartbeeld geven we weer welke landschapstype en aandachtspunten belangrijk zijn voor de voorliggende studie.
Landschapstype
Aandachtspunten bij veranderingen op een boerderij-erf 1 Bij alle landschapstypen is in de Visie ruimtelijke kwaliteit aangegeven wat een goede invulling van erfbeplanting kan zijn met het beplantingstype en het mogelijk sortiment
Voor alle landschapstypen
Houd het erf compact
Nieuwe elementen op het achtererf, achter de achtergevel van de oorspronkelijke boerderij
Behoud voor zover mogelijk de bestaande erfbeplanting, mits streekeigen en van voldoende kwaliteit
Landschapstype
Openheid/
beslotenheid en karakter
boerderij-erven
Aandachtspunten bij veranderingen op een boerderij-erf
Kleigebied Oostergo
Zeer open landschap
Variabele vorm erven
Overwegend sprake van voor- en achtererf
Vaak weinig erfbeplanting, oorspronkelijk zijn deze erven wel zwaarder beplant geweest
Erven zijn vaak begrensd door sloten
Respecteer het bestaande slotenpatroon en graaf eventuele nieuwe sloten in dezelfde richting als de verkaveling
Nieuwe erfbeplanting in de vorm van stevige singelbeplanting van bomen en struiken aan drie zijden van het erf
Voorbeeldinpassing van nieuwe elementen zoals een grondopstelling van zonnepanelen.
Opstrekkend ontginningslandschap
Zeer besloten landschap
Erven zijn opstrekkend, haaks of onder een hoek met de weg geplaatst
Duidelijk voorerf en achtererf
Zijdelingse beplanting op een wal, soms op de achtererfgrens
Weinig tot geen sloten in de droge delen, begrenzing van erven met sloten in de natte delen
Nieuwe erfbeplanting in de vorm van Dykswâlen (droge delen) of elzensingels (natte delen) op de zijdelingse perceelsgrenzen.
Voorbeeldinpassing van nieuwe elementen zoals een grondopstelling van zonnepanelen.
Jong ontginnings-landschap
Besloten kleinschalig landschap
Erven soms aan ontsluitingswegen soms aan insteekwegen
Erven blokvormig, deels ook opstrekkend
Overwegend sprake van voor- en achtererf
Veelal beplanting rondom het erf, soms ook vrij gelegen erf in grotere groene ‘kamer’.
Greppels i.p.v. sloten en in nattere delen ook sloten
Nieuwe erfbeplanting in de vorm van singels aan drie zijden van het erf.
Voorbeeldinpassing van nieuwe elementen zoals een grondopstelling van zonnepanelen.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2
Belangrijk voor het onderzoek
Onderdeel van Regels omtrent het uiterlijk van bouwwerken zijnde windmolens in Achtkarspelen