(artikelen 2, lid 1, 4a, 21, 21a en 22 Leerplichtwet)
Jongeren die onderwijs volgen aan het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en jongeren die onderwijs volgen aan het niet-bekostigd onderwijs worden in ERISA gemeld via DUO in het Register Onderwijsdeelnemers.
De leerplichtambtenaar volgt de stappen in de relatief verzuim werkinstructie 18-. Hij maakt na ontvangst van een melding een eerste beoordeling van de melding voor hij contact opneemt met de leerling/ouders. Op basis van deze beoordeling besluit de leerplichtambtenaar welke actie hij gaat ondernemen. Zie lid 3 voor de stappen.
Indien er een vermoeden is van ongeoorloofd verzuim en het gaat om een eerste melding van een jongere van 12 jaar of ouder, kan de melding worden afgesloten met een kennisgevingsbrief. Bij vermoeden van ongeoorloofd verzuim voert de leerplichtambtenaar een gesprek met de ouders/leerling. De leerplichtambtenaar stuurt de leerling/ouders binnen drie werkdagen schriftelijk een uitnodiging voor een gesprek. Indien het verzuim een jongere van 12 jaar of ouder betreft, zoekt de leerplichtambtenaar ook contact met de jongere zelf.
De leerplichtambtenaar kan een deurbezoek aanvraag doen bij de leerplichtassistent wanneer hij dat nodig acht. In dat geval legt de leerplichtassistent een deurbezoek af. In complexe situaties kan de leerplichtambtenaar ervoor kiezen om met een leerplichtambtenaar of leerplichtassistent op huisbezoek te gaan. De leerplichtambtenaar stelt de medewerker planning van team ondersteuning en assistentie in kennis.
In het verzuimgesprek worden afspraken gemaakt om het verzuim te beëindigen en wordt informatie verstrekt over de procedures en eventuele consequenties. De leerplichtambtenaar maakt een verslag van dit gesprek. Dit gespreksverslag wordt opgenomen in het leerlingdossier. De leerplichtambtenaar bevestigt de afspraken in een waarschuwingsbrief en stuurt dit naar de ouders/leerling (en een kopie naar school). Deze brief wordt vastgelegd in het leerlingdossier.
De leerplichtambtenaar onderhoudt zo vaak als nodig contact met de ouders/jongere en betrokken organisaties om de ongeoorloofde verzuimsituatie zo spoedig mogelijk te beëindigen.
Blijkt uit het onderzoek, als bedoeld in het derde lid, dat geen sprake is van vrijstelling, en blijkt dat sprake kan zijn van verwijtbaar handelen of nalaten van de ouders en/of de jongere die de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, dan kan de leerplichtambtenaar een melding doen bij de SVB zoals omschreven staat in artikel 19 van deze instructie. Als de leerplichtambtenaar van plan is om een melding bij de SVB te doen, dan roept hij ouders en jongere vanaf 16 jaar op voor een gesprek, waarbij hij betrokkenen uitdrukkelijk kenbaar maakt dat hij van plan is een melding te doen bij de SVB.
Blijkt uit het onderzoek, als bedoeld in het derde lid, dat er geen sprake is van vrijstelling, en blijkt dat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de jongere die tevens voldoet aan de criteria voor verwijzing naar Halt, dan kan leerplichtambtenaar besluiten tot een Halt-verwijzing voor een interventie schoolverzuim. Indien de leerplichtambtenaar die tevens bevoegd is als buitengewoon opsporingsambtenaar besloten heeft over te gaan tot Halt-verwijzing, dan roept hij ouders en jongere vanaf 12 jaar op voor een gesprek, waarin hij toestemming vraagt aan de ouders (voor de jongere tot 16 jaar) en jongere om door te verwijzen naar Halt. De leerplichtambtenaar stelt met behulp van een verkort proces-verbaal een Haltverwijzing op. De jongere ondertekent de Haltverwijzing en geeft daarmee zijn toestemming. Aan de jongere en ouders wordt een brief gestuurd met verwijzing naar Halt. In deze brief staan ook de consequenties bij het niet nakomen van de afspraken beschreven. De leerplichtambtenaar stuurt de Halt-verwijzing naar Halt en licht de school in over de verwijzing en over de afloop van de Halt-interventie.
Bij een negatieve afdoening van de Halt-interventie maakt de leerplichtambtenaar die tevens bevoegd is als buitgewoon opsporingsambtenaar een proces-verbaal op, nadat er overleg is geweest met het Openbaar Ministerie.
Blijkt uit het onderzoek als bedoeld in het derde lid dat er geen sprake is van een vrijstelling en hulpverlening is niet voorliggend en blijkt dat sprake kan zijn van verwijtbaar handelen of nalaten van de ouders en/of de jongere die de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt, en komt deze jongere niet meer in aanmerking voor een verwijzing naar Halt, dan maakt de leerplichtambtenaar die tevens bevoegd is als buitengewoon opsporingsambtenaar proces-verbaal op van zijn bevindingen en zendt dit naar de officier van justitie. Indien hij voornemens is proces-verbaal op te maken, roept de leerplichtambtenaar de ouders en de jongere van 12 jaar of ouder op voor een verhoor, waarbij hij de betrokkenen uitdrukkelijk kenbaar maakt dat hij voornemens is een proces-verbaal op te maken. Het opmaken van een proces-verbaal en een melding doen bij de SVB kan gelijktijdig, maar ook volgend op elkaar plaatsvinden.
De leerplichtambtenaar is bevoegd, conform de MAS, het (laten) opmaken van proces verbaal achterwege te laten en de ouders en/of de jongere een schriftelijke waarschuwing te geven indien sprake is van:
verwijtbaar handelen of nalaten, doch geen kennelijke opzet tot het plegen van een overtreding; en,
een eerste overtreding waarbij sprake is van zorg; en,
verzuim van lichte aard (overig verzuim volgens DUO), namelijk korter dan 16 uur binnen 4 aaneengesloten weken.
De leerplichtambtenaar zorgt voor terugkoppeling in het ZAT van de school of binnen het MDO van zijn handelswijze, vorderingen in het onderzoek naar het vermeende verzuim of afspraken met de jongere, voor zover deze bekend zijn bij hem en alleen wanneer de jongere al in het ZAT/MDO besproken is.
De leerplichtambtenaar sluit de melding af via het verzuimloket van de DUO.
Zodra de leerplichtambtenaar kennisneemt van schoolverzuim waarvan niet door een directeur is kennis gegeven, stelt de leerplichtambtenaar een onderzoek in naar de reden waarom de directeur het verzuim niet heeft gemeld. Blijkt de directeur onwillig of nalatig in het nakomen van deze verplichting, dan kan de leerplichtambtenaar, na overleg met zijn manager, een signaal afgeven bij de Inspectie van het Onderwijs.
De leerplichtambtenaar kan aan de directeur gevraagd of ongevraagd een advies geven over het te voeren beleid met betrekking tot het registreren van verzuim en het doen van kennisgevingen van verzuim, met het oog op het bevorderen van aanwezigheid en rechtsgelijkheid. De leerplichtambtenaar kan directeuren verzoeken om eerder een kennisgeving van verzuim in te dienen dan de wet voorschrijft indien dat doelmatig is met het oog op het verminderen van verzuim.
Artikel 6.