Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Staanplaatsverordening 2024

1.. Een vergunning kan worden geweigerd: in het belang van de openbare orde; in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; in het belang van verkeersvrijheid of –veiligheid; vanwege strijd met een geldend Omgevingsplan; indien vanaf de staanplaats reclame wordt gemaakt die in strijd is met het reclamebeleid. 2.. Een vergunning kan worden ingetrokken indien: de belangen als bedoeld in het eerste lid daartoe aanleiding geven; de vergunninghouder handelt in strijd met het bij of krachtens deze verordening bepaalde; wanneer bij herhaling is geconstateerd door een toezichthouder dat een staanplaats wordt ingenomen in afwijking van de door burgemeesters en wethouders verleende vergunning. 3.. Een vergunning wordt voorts ingetrokken: op verzoek van de staanplaatshouder bij overlijden van de staanplaatshouder, tenzij binnen 3 maanden door de rechtverkrijgende onder algemene titel is aangegeven dat de staanplaats op diens naam dient te worden overgeschreven en mits wordt voldaan aan alle overige bepalingen ingevolge de Vestigingswetgeving. indien, sedert haar verlening onherroepelijk is geworden, zes maanden zijn verlopen zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van deze vergunning; indien gedurende een periode van drie maanden, anders dan wegens overmacht, geen daadwerkelijk gebruik van de vergunning is gemaakt. 4.. Een staanplaatsvergunning voor een vergunningplichtige activiteit ingevolge de Omgevingswet wordt niet verleend dan nadat de vereiste vergunning op grond van die wet is afgegeven.

Rechtspraak bij dit artikel