1. Wanneer een jeugdige en/of de ouders behoefte hebben aan ondersteuning zoals bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet, kan de jeugdige en/of zijn ouder(s) zich rechtstreeks wenden tot een vrij toegankelijke jeugdhulpvoorziening, zoals vermeld in artikel 4 van de verordening, of zich met een aanvraag voor jeugdhulp wenden tot het gemeentelijk toegangsteam. Indien een cliënt niet meteen iemand te spreken krijgt, zorgt het college ervoor dat de client zo snel mogelijk wordt teruggebeld.
2. Indien na een korte verkenning van de vraag blijkt dat de jeugdige en/of de ouders met de gegeven informatie en advies het ondervonden probleem zelf op kunnen lossen, stopt de aanvraagprocedure en wordt geen informatie bewaard over de jeugdige en/of de ouders. De consulent van de toegang neemt hierover een besluit en heeft daarin de doorslaggevende stem.
3. Indien verdere vraagverheldering of verdieping nodig is, volgt een afspraak met de consulent. In dit gesprek krijgen jeugdigen en de ouders informatie over:
a. De mogelijkheid van onafhankelijke cliëntondersteuning die gratis inzetbaar is;
b. De mogelijkheid van het indienen van een persoonlijk plan/familiegroepsplan, na de start van de aanvraagprocedure;
c. De identificatieplicht;
d. De verwerking van persoonsgegevens;
e. Een eventuele wachttijd;
f. De mogelijkheid om een persoonsgebonden budget aan te vragen.
Hoofdstuk 1 › Paragraaf 2
Artikel 2.
Start van de aanvraagprocedure
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Veere 2024