Inwoners en betrokkenen kunnen in een vergadering het woord voeren over onderwerpen die geagendeerd zijn.
Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk om drie uur ’s middags op de dag van de vergadering aan de griffie onder vermelding van naam, correspondentieadres en telefoonnummer en het onderwerp waarover de inwoner het woord wenst te voeren.
De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering.
De inspreker voert het woord, nadat de voorzitter dit heeft verleend. Elke spreker krijgt maximaal drie minuten het woord. De voorzitter staat de woordvoerders van de fracties toe aan insprekers korte, verhelderende vragen te stellen.
De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. Dit wordt dan vooraf gecommuniceerd. De voorzitter kan de insprekers na afloop van de eerste termijn de gelegenheid geven om een korte reactie te geven.
Hoofdstuk 4.
Artikel 20.
Spreekrecht inwoners en betrokkenen
Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad gemeente Bunnik