Naar hoofdinhoud
1. Als er op enig moment een vermoeden is van een strafbaar feit doet de burgemeester, naar bevind na overleg met het presidium en/of het college, aangifte bij de politie. 2. Vanaf dat moment wordt alle beschikbare informatie voorgelegd aan de politie, eventueel na overleg met de officier van justitie. 3. Het bestaan van een strafrechtelijk onderzoek naar een strafbaar feit laat onverlet dat de burgemeester een feitenonderzoek, zoals bedoeld in artikel 2.6, kan instellen of een juridische procedure tegen de betrokken politieke ambtsdrager kan instellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel