1. De eigenaar van een gebouw of woning gelegen in het werkingsgebied is verplicht de leegstand van het gebouw te melden aan het college zodra die leegstand langer duurt dan zes maanden.
2. De leegmelding is niet van toepassing op gebouwen die door een leegstandbeheerbedrijf worden beheerd.
3. Voor de leegmelding wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld papieren of digitaal formulier.
4. Bij de leegmelding worden in ieder geval de volgende gegevens en stukken overgelegd:
a. naam en adres van de eigenaar;
b. adres van het gebouw of de woning;
c. kadastrale aanduiding van het gebouw of de woning;
d. aantal te verhuren vierkante meters van het gebouw of de woning;
e. aantal leegstaande vierkante meters van het gebouw of de woning;
f. bouwjaar van het gebouw of de woning;
g. laatste gebruiksbestemming;
h. ingangsdatum van de leegstand;
i. energielabel (indien afgegeven);
j. bouwkundige staat en de staat van onderhoud van het gebouw of de woning.
5. Het college kan aanvullende gegevens en stukken vragen.
6. In afwijking van het eerste lid is de eigenaar verplicht de leegstand van het gebouw of de woning binnen vier weken te melden, wanneer het gebouw of de woning na een verplichtende voordracht als bedoeld in artikel 8 binnen een jaar weer leeg komt te staan.