1. Het college kan na het overleg als bedoeld in artikel 6, of als de eigenaar geen medewerking verleent aan dit overleg, een leegstandbeschikking vaststellen.
2. In de leegstandbeschikking wordt bepaald of het gebouw of de woning geschikt is voor gebruik.
3. Het college kan de eigenaar verplichten om binnen een door het college te bepalen termijn de door het college aan te geven voorzieningen te treffen als het gebouw of de woning noodzakelijke voorzieningen nodig heeft om weer op redelijke wijze tot gebruik te kunnen dienen.
4. Het college kan andere voorwaarden stellen aan de uitvoering van het bepaalde in de leegstandbeschikking.