1. Voor de verlening van bijzondere bijstand nemen we het vermogen dat hoger is dan de vermogensgrens uit artikel 34 Participatiewet als draagkracht in aanmerking.
2. Indien er sprake is van vermogen in de woning en de gevraagde (bijzondere) bijstand beperkt blijft tot een bedrag van twee keer de maandelijkse toepasselijke bijstandsnorm incl. VT op jaarbasis, dan kan deze bijstand ‘om niet’ worden verstrekt en blijft de vaststelling van het vermogen binnen de woning buiten beschouwing.
3. De in artikel 31 lid 2 van de Participatiewet genoemde middelen worden niet tot het vermogen gerekend.
4. De in artikel 34 lid 2 van de Participatiewet genoemde middelen worden niet tot het vermogen gerekend.
5. De afkoopwaarde van een uitvaartverzekering wordt niet tot het vermogen gerekend.
6. De gemeentelijke vrijlating op de lopende rekening wordt gehanteerd, indien opgenomen in de Verzamelbeleidsregels.
HOOFDSTUK 1 › Paragraaf 2:
Artikel 5
– Vermogen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Dongen mei 2024