**1..** Elk onderzoek vindt plaats aan de hand van het zogeheten stappenplan, zie ook artikel 2.4 van de Verordening. Het hanteren van dit stappenplan, zorgt ervoor dat elke melding zorgvuldig wordt onderzocht en de situatie van de inwoner op juiste wijze wordt beoordeeld. Het stappenplan is gebaseerd op het onderzoekskader van de wet en binnen de rechtspraak aangemerkt als een zorgvuldige manier van onderzoek doen.1Zie o.a. ECLI:NL:CRVB:2018:819
**2..** Het stappenplan begint met het vaststellen van de problemen die door de inwoner worden ondervonden ten aanzien van de zelfredzaamheid/participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving.
**3..** Als de problemen voldoende in kaart zijn gebracht, wordt bepaald welke ondersteuning passend zou zijn voor de situatie waarin de inwoner en zijn of haar gezin zich bevinden.
**4..** Er wordt altijd onderzocht welke eigen mogelijkheden de inwoner heeft. Dit betekent dat beoordeeld wordt of de inwoner de problemen op eigen kracht, met hulp vanuit het sociale netwerk, met mantelzorg, met gebruikelijke hulp, of door gebruik te maken van algemeen gebruikelijke, algemene en andere voorliggende in staat is om tot een oplossing voor zijn beperkingen te komen.
**5..** Alleen als voornoemde oplossingen niet mogelijk of ontoereikend zijn, wordt een maatwerkvoorziening toegekend.
HET STAPPENPLAN BINNEN DE WMO
STAP 1: VASTSTELLEN HULPVRAAG VAN DE INWONER
Wat zijn de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de inwoner/het gezin? Wat is het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning (eventueel persoonlijk plan)?
STAP 2: VASTSTELLEN PROBLEMEN, BEPERKINGEN EN STOORNISSEN
Wat is de persoonlijke situatie van de inwoner: hoe ziet die eruit en wat betekent dit voor de inwoner? Op welke manier belemmert de situatie het leven van de inwoner?
STAP 3: BEPALEN WELKE HULP NOODZAKELIJK IS EN HOEVEEL
Op welke manier zou de zelfredzaamheid/participatie kunnen worden bevorderd/stabiel worden gehouden? Welke frequentie van hulp is noodzakelijk? Hoe vaak en wanneer?
STAP 4: BEPALEN EIGEN EN VOORLIGGENDE OPLOSSINGEN
Welke mogelijkheden heeft de inwoner om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, algemeen gebruikelijke of voorliggende voorzieningen, met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn/haar sociale netwerk in een oplossing te voorzien? Is er behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt/inwoner? Zijn er mogelijkheden om met gebruikmaking van gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van de zelfredzaamheid of participatie, en zijn er mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in de behoefte aan beschermd wonen of opvang? Zijn er mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders, als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang?
STAP 5: BEPALEN AANVULLENDE HULP OM HET GEWENSTE RESULTAAT TE BEREIKEN
Welke oplossingen (en in welke vorm) zijn noodzakelijk vanuit de Wmo of de Jeugdwet?
Toelichting stappenplan:
Eigen kracht
Eigen kracht verwijst naar het vermogen van de cliënt om zelf bij te dragen aan zijn zelfredzaamheid en participatie en/of zijn aanspraak op grond van een andere wet (zoals Zorgverzekeringswet, Participatiewet, Wet langdurige zorg) tot gelding te brengen. Het college verwacht van de cliënt dat diegene zich inspant om dat aan te wenden wat binnen zijn bereik ligt om zelf in zijn behoefte op het gebied van maatschappelijke ondersteuning te voorzien. De medewerker van Buurtplein beoordeelt hierbij ook of de cliënt met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke of andere voorliggende voorzieningen zijn beperkingen kan oplossen of verminderen. De medewerker van Buurtplein neemt niet de beperking als uitgangspunt, maar kijkt juist naar wat de cliënt zelf en/of met hulp van zijn sociaal netwerk wél kan. Dit hangt onder andere af van het type ondersteuning dat wordt gevraagd, van de draagkracht van het sociaal netwerk en van de bereidheid van zowel de cliënt als het sociaal netwerk om hulp te ontvangen respectievelijk te bieden.
Gebruikelijke hulp
De medewerker van Buurtplein beoordeelt of, en zo ja, in hoeverre de cliënt met gebruikelijke hulp in staat is zijn problemen op te vangen. Onder gebruikelijke hulp wordt verstaan de hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Het voeren van een gemeenschappelijk huishouden brengt immers een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het functioneren van dat huishouden met zich mee. Bijlage 5 bevat een protocol gebruikelijke hulp dat door de medewerker van Buurtplein kan worden toegepast.
Sociaal netwerk
Met het sociaal netwerk worden personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt bedoeld. Hierbij kan gedacht worden aan uitwonende kinderen, buren, vrienden, vrijwilligers e.d. Er wordt van de cliënt verwacht dat hij of zij de medewerker van Buurtplein actief informeert over personen uit zijn sociaal netwerk en wat deze personen voor hem kunnen betekenen op het gebied van zorg en ondersteuning. De medewerker van Buurtplein probeert de cliënt ook te ondersteunen in het betrekken van personen uit de sociale omgeving.
Mantelzorg
Mantelzorg betreft ondersteuning voor een naaste ten behoeve van diens zelfredzaamheid en participatie, die qua omvang en intensiteit de gebruikelijke hulp overstijgt en die rechtstreeks voortkomt uit de sociale relatie tussen personen. Mantelzorg wordt niet verleend in het kader van een hulpverlenend beroep. De ondersteuning is vrijwillig, maar voelt voor de betrokkenen niet altijd als vrijwillig, maar vaak als vanzelfsprekend. Gezien de intensiteit van de ondersteuning en de vaak hoge mate waarin de cliënt afhankelijk is van de ondersteuning, is het met name bij mantelzorg van belang om inzicht te krijgen in de belastbaarheid van de mantelzorger. Dit is eveneens de taak van de medewerker van Buurtplein.
Overbelasting
Gezien de hoge mate waarin de cliënt afhankelijk is van de ondersteuning, is het bij zowel mantelzorg als wanneer de ondersteuning wordt betaald vanuit pgb, van belang te onderzoeken of er sprake is van (dreigende) overbelasting. De EDIZ-vragenlijst kan helpen inzichtelijk te maken of hiervan sprake is. Voorbeelden van symptomen die kunnen wijzen op dreigende overbelasting: angst/gespannenheid, lichamelijke klachten, verminderde prestaties of concentratieproblemen. Ook kan medisch of ander deskundig advies worden ingewonnen door de medewerker van Buurtplein om te beoordelen of er sprake is van overbelasting.
Overbelasting (of dreigende overbelasting) kan een reden zijn om de ondersteuning uit het sociale netwerk niet of minder in te zetten dan beoogd. In geval van mantelzorg is het ook mogelijk om een (tijdelijke) maatwerkvoorziening in te zetten ter ontlasting van de mantelzorger. Hiertoe is het wel noodzakelijk dat er een verband bestaat tussen de (dreigende) overbelasting en de ondersteuning die iemand biedt. Er moet duidelijk beschreven worden hoe de (dreigende) overbelasting zich uit en wat deze inhoudt. Bij het aflopen van de indicatieduur van de (tijdelijke) maatwerkvoorziening ter ontlasting van de mantelzorger zal worden gekeken of en welke inspanningen zijn gedaan om de (dreigende) overbelasting terug te dringen.
Algemeen gebruikelijke voorzieningen
Het is niet de bedoeling dat het college voorzieningen verstrekt, die de cliënt ook zou aanschaffen als hij of zij geen beperkingen zou hebben. Dergelijke voorzieningen worden namelijk gezien als algemeen gebruikelijk. Volgens jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) moet altijd beoordeeld worden of de voorziening algemeen gebruikelijk is voor de cliënt in kwestie. De medewerker van Buurtplein beoordeelt dit per situatie.
Er is sprake van een algemeen gebruikelijke voorziening als de voorziening2ECLI:NL:CRVB:2019:3535:
niet specifiek is bedoeld voor mensen met een beperking (gangbaar dat de voorziening ook wordt aangeschaft voor personen zonder beperking);
daadwerkelijk beschikbaar is (verkrijgbaar in winkel of webshop);
een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is;
en financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau.
Zie bijlage 3 voor een niet-limitatieve lijst van algemeen gebruikelijke voorzieningen.
Hulpmiddelen
De uitleen van niet algemeen gebruikelijke hulpmiddelen valt onder de werking van de Zorgverzekeringswet. Om in aanmerking te komen voor bepaalde hulpmiddelen via de uitleen moet de verzekerde voor een beperkte of onzekere duur op een hulpmiddel zijn aangewezen (artikel 2.12 lid 2 Regeling zorgverzekering). Het gaat om rolstoelen, drempelhulpen, transferhulpmiddelen en hulpmiddelen voor het zich wassen en zorgdragen voor de toiletgang. Staat op voorhand vast dat de cliënt voor onbeperkte duur is aangewezen op een dergelijk hulpmiddel, dan wordt deze op grond van de Wmo verstrekt. In het algemeen geldt dat, indien en voor zover de cliënt gebruik kan maken van de uitleen, het tot zijn eigen verantwoordelijkheid behoort dat ook te doen.
In principe zal een hulpmiddel voor verplaatsing in, om en nabij het huis verstrekt worden als de cliënt een dergelijke voorziening voor dagelijks gebruik nodig heeft. Een hulpmiddel voor incidenteel gebruik valt hier niet onder.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.4
Het onderzoek/stappenplan
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Doetinchem 2024