**1..** Voordat een pgb wordt ingezet, wordt beoordeeld of de jeugdige en/of ouder(s) aan de wettelijke voorwaarden voldoet (zie ook hoofdstuk 6 van de verordening). Ook wordt beoordeeld of de in te kopen ondersteuning van de juiste kwaliteit is en of de zorgverlener wel in staat is de juiste ondersteuning te bieden.
**2..** Hieronder staan de onderdelen die door de medewerker van Buurtplein worden beoordeeld:
1. Pgb-vaardigheid
De jeugdige en/of ouder(s) dienen op eigen kracht of met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, in staat te zijn om de taken die aan een pgb zijn verbonden op verantwoorde wijze uit te voeren. Daarbij zijn de tien punten voor pgb-vaardigheid het uitgangspunt voor de jeugd- en gezinswerker.2https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/zorg-en-ondersteuning-thuis/documenten/publicaties/2019/08/26/10-punten-pgb-vaardigheden
Weigeringsgronden voor het verstrekken van een pgb zijn:
Problematische schulden;
Ernstige verslavingsproblematiek;
Aanmerkelijke verstandelijke beperking(en);
Een ernstig psychiatrisch ziektebeeld;
Vastgestelde blijvende cognitieve stoornis;
Onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal.
Een pgb kan worden geweigerd als een eerdere pgb-beschikking is ingetrokken op grond van artikel 8.1.4, eerste lid, onderdeel a, d of e Jeugdwet.
Als de jeugd- en gezinswerker redenen heeft om te twijfelen aan de competenties ten aanzien van de budgetvaardigheid van de budgethouder of diens vertegenwoordiger kan;
een budgetcoach of vorm van budgetbeheer worden ingezet om te kijken of de vertegenwoordiger financieel zelfredzaam is;
de budgethouder/vertegenwoordiger worden gevraagd na een aangegeven periode een evaluatie/voortgangsverslag in te dienen.
2. Beheer pgb door vertegenwoordiger
Als de cliënt zelf niet pgb-vaardig is, kan hij iemand aanwijzen die voor hem of haar het pgb beheert (een pgb-vertegenwoordiger). Voor een vertegenwoordiger gelden dezelfde vaardigheidseisen als voor de client en dit wordt ook door de medewerker van Buurtplein getoetst.
Er gelden een aantal aanvullende voorwaarden ten aanzien van de vertegenwoordiger (zie artikel 6.2 van de verordening):
Het is in beginsel toegestaan dat de cliënt zich voor het pgb-beheer laat vertegenwoordigen door een familielid in de eerste of tweede graad, die tevens een (deel van) de ondersteuning levert, tenzij er naar het oordeel van de medewerker van Buurtplein sprake is van ongewenste belangenverstrengeling. Het belang van de cliënt moet centraal staan. Een factor die kan wijzen op ongewenste belangenverstrengeling is als de cliënt vanwege zijn of haar beperkingen weinig of geen invloed heeft op het besluit om voor een pgb te kiezen;
De dubbelrol van een informele zorgverlener en een pgb-beheerder mag niet ten koste gaan van het bereiken van de gewenste resultaten. Ervaringen die er vanuit het verleden eventueel al met ondersteuning en het beheer van het pgb zijn, kunnen hierbij een rol spelen;
Omdat de combinatie van beheerder van het pgb en uitvoerder van ondersteuning kwetsbaar is, kan ervoor worden gekozen om de indicatieduur te beperken of frequenter tussentijds te evalueren hoe de ondersteuning en het beheer van het pgb verloopt.
Van de pgb-vertegenwoordiger wordt in elk geval verwacht dat hij/zij de facturen controleert en betaalbaar stelt, aanwezig is bij evaluaties en zicht houdt op de kwaliteit van de jeugdhulp.
3. Kwaliteit / ondersteunings- en budgetplan
De jeugdhulpvoorziening die met een pgb wordt ingekocht, moet van de juiste kwaliteit zijn. De wettelijke eis is dat een pgb wordt besteed aan een voorziening die veilig, doeltreffend en cliëntgericht is en de voorziening moet geschikt zijn voor het doel waarvoor het pgb is toegekend. Het doel is namelijk dat met de besteding van het pgb de afgesproken resultaten kunnen worden behaald. De beoordeling hiervan ligt bij de medewerker van Buurtplein.
In hoofdstuk 7 zijn de kwaliteitseisen per hulpverlener nader omschreven.
Ondersteunings- en budgetplan
Om aan te tonen welke ondersteuning wordt ingekocht en van welke kwaliteit die is, leveren de jeugdige en/of ouder(s) een ondersteunings- en budgetplan aan. Hierin legt de cliënt vast welke afspraken zij maken over de gewenste jeugdhulp. Ook kunnen de jeugdige en/of ouder(s) hierin aangeven/motiveren waarom zij de ondersteuning in de vorm van een pgb wil ontvangen.
In het ondersteunings- en budgetplan wordt in elk geval inzichtelijk gemaakt:
waar de ondersteuning wordt ingekocht en waar de ondersteuning uit zal bestaan;
hoe aan de, in het verslag omschreven resultaten, wordt gewerkt;
waarom voor deze ondersteuner is gekozen;
wie het pgb gaat beheren;
welke tariefafspraken zijn gemaakt en;
hoe de continuïteit van de ondersteuning bij ziekte of andere uitval wordt gegarandeerd.
De budgethouder/de vertegenwoordiger levert bij evaluatiemomenten een evaluatieverslag aan.
Bij een hernieuwde aanvraag worden de gestelde doelen uit het ondersteunings- en budgetplan geëvalueerd door de jeugd- en gezinswerker.
4. Pgb voor uitvoering door het sociaal netwerk
De jeugdige en/of ouder(s) kunnen het pgb ook inzetten om ondersteuning van een informele hulp te ontvangen (zie ook artikel 8.1.1, derde lid, Jeugdwet). Hiervoor gelden enkele voorwaarden:
Het uitgangspunt is dat altijd eerst wordt gekeken of er sprake is van gebruikelijke hulp en dat het pgb niet mag worden ingezet voor vergoeding van jeugdhulp die anders onbetaald zou worden geleverd. Bij de beoordeling of er sprake is van gebruikelijke hulp, kan voor de uitgangspunten gebruikelijke hulp van ouder(s) voor kinderen het zorgmomentenoverzicht worden gebruikt, Slimme lijst: Zorgmomentenoverzicht - Per Saldo (pgb.nl);
Het uitgangspunt is dat een pgb geen inkomensvoorziening is. De financiële situatie van de ouders/verzorgers kan wel een onderdeel vormen bij het in kaart brengen en beoordelen van de verschillende factoren bij de eigen kracht;
Hulp uit de eigen omgeving (gebruikelijke hulp) moet altijd eerst maximaal worden ingezet voordat een beroep wordt gedaan op ondersteuning vanuit de Jeugdwet. Voor ondersteuning die in redelijkheid mag worden verwacht van het eigen netwerk (taken die een ander onbetaald zou verrichten bij familie), wordt het eigen netwerk aangesproken. Een beoordeling van de eigen kracht van de client en de informele hulp is hierbij van belang.
De ondersteuning is vooraf niet goed in te plannen;
De ondersteuning moet op ongebruikelijke tijden geleverd worden;
De ondersteuning moet op veel korte momenten per dag geboden worden;
De ondersteuning moet op verschillende locaties worden geleverd;
De ondersteuning moet vanwege de aard van de beperking worden geboden door een persoon met wie de cliënt vertrouwd is en goed contact heeft.
Bij de beoordeling van de aanvraag weegt de medewerker van Buurtplein ook mee of de continuïteit van zorg gewaarborgd is, voor zover dit noodzakelijk is voor het welbevinden van de cliënt. De vraag is of het bijvoorbeeld mogelijk is om vanwege ziekte of vakantie eens over te slaan?
Een pgb voor besteding aan een informele hulp wordt in ieder geval niet toegekend als:
De informele hulp op enige wijze druk heeft uitgeoefend op de cliënt in de keuze voor een pgb;
de informele hulp (dreigend) overbelast is, of
de informele hulp vanwege andere redenen niet in staat is om de gevraagde ondersteuning te bieden.
Zoals bepaald in artikel 6.5 van de verordening, is het tarief voor een pgb dat wordt besteed aan een persoon uit het sociaal netwerk lager dan het tarief voor professionele ondersteuners.
De cliënt en/of zijn vertegenwoordiger dragen de verantwoordelijkheid voor het bewaken van de kwaliteit van de ondersteuning die zijn betrekken van personen die tot het sociale netwerk behoren.
5. Sociale Verzekeringsbank/uurtarief en facturatie
Naast het ondersteunings- en budgetplan moet de cliënt een zorgovereenkomst van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) invullen. Hierin worden afspraken over het aantal te leveren uren en uurtarieven vastgelegd. Het ondersteunings- en budgetplan worden door de medewerker van Buurtplein goedgekeurd. De gemeente keurt de zorgovereenkomst goed en zet hier hierna het pgb klaar bij de Sociale Verzekeringsbank.
De budgetbeheerder is verantwoordelijk voor de rechtmatigheid van de bestedingen uit het budget. De gemeente vindt het belangrijk dat de budgetbeheerder hier voldoende inzicht in heeft. Daarom vindt betaling via facturatie plaats en is betaling via een vast maandloon niet mogelijk. Eventuele wijzigingen qua inhoud van de geleverde ondersteuning, moeten worden doorgegeven aan de SVB.
De cliënt aan wie een pgb is toegekend, heeft de mogelijkheid om te kiezen voor een ondersteuner die een hoger tarief hanteert dan het tarief waarop het pgb is gebaseerd. Als hierdoor sprake is van meerkosten, dan komen deze echter volledig voor rekening van de cliënt.
Bij een eventuele herbeoordeling van de indicatie wordt het ondersteunings- en budgetplan geëvalueerd. De gemeente kan ook steekproefsgewijs controles uitvoeren. Als de budgetbeheerder de besteding van het pgb niet adequaat kan verantwoorden, kan de gemeente besluiten het pgb te beëindigen of (een deel van) het pgb terug te vorderen.
6. Kosten die niet vanuit het pgb mogen worden betaald
Het pgb kent geen vrij besteedbaar bedrag en geen eenmalige uitkering.
Het is niet toegestaan dat het pgb wordt besteed aan tussenpersonen en belangenbehartigers. Ook administratiekosten mogen niet uit het pgb worden betaald. Kosten die de zorgverlener bij een budgethouder in rekening brengt in verband met een opzegtermijn, zijn niet te verhalen op de gemeente. Dit geldt ook voor kosten die de ondersteuner bij de budgethouder in rekening brengt voor het niet nakomen van een afspraak kunnen niet worden verhaald op de gemeente.
Kosten zoals reiskosten en reistijd, de opgeleide eigen bijdrage, feestdagen of een eenmalige uitkering voor de zorgverlener en algemeen gebruikelijke kosten, mogen ook niet vanuit het pgb worden betaald.
Verder geldt dat alle kosten voor zorg en ondersteuning die onder een andere wet dan de Jeugdwet vallen, niet vanuit het pgb mogen worden bekostigd.
7. Ondersteuning in het buitenland
Voor het bieden van ondersteuning aan de cliënt in het buitenland, geldt dat expliciet toestemming moet worden gegeven door de medewerker van Buurtplein. De medewerker van Buurtplein zal hierbij toetsen of de besteding van het pgb past binnen het ondersteuningsplan en de te behalen resultaten.
Een pgb mag maximaal vier weken per jaar buiten Nederland worden besteed.
Als ondersteuning is ingekocht buiten Nederland mogen de reis- en verblijfkosten hiervan niet worden betaald met een pgb.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.2
Voorwaarden voor een pgb
Onderdeel van Nadere regels Jeugdhulp gemeente Doetinchem 2024