Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.2

Criteria jeugdhulp

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Doetinchem 2024

1.. Bij een verzoek om ondersteuning ten aanzien van gezond opvoeden en/of opgroeien, kijkt de medewerker van Buurtplein altijd eerst of het gewenste resultaat op eigen kracht of met behulp van het sociale netwerk kan worden bereikt of dat algemeen gebruikelijke en/of voorliggende voorzieningen kunnen worden ingezet. 2.. Als het resultaat kan worden bereikt met de voorzieningen zoals genoemd in lid 1 en/of vrij toegankelijke hulp, dan wordt die hulp ingezet. Het gaat dan bijvoorbeeld om hulp door Buurtplein of door een jeugdwelzijnsorganisatie. Als dat passend is, worden overige beschikbare voorzieningen ingezet. Pas als het gewenste resultaat daarmee niet kan worden bereikt, dan kan individuele voorziening jeugdhulp worden ingezet. 3.. Als een individuele voorziening noodzakelijk is, wordt de goedkoopst adequate en tijdig beschikbare voorziening verstrekt. 4.. Bij het bieden van hulp houden Buurtplein en de jeugdhulpverlener rekening met de algemene leefwijze van de jeugdige en de ouders. 5.. Alle hulp is gericht op het versterken van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige, zijn ouders en hun sociale netwerk. 6.. Buurtplein betrekt de wensen van de jeugdige en zijn ouders bij de keuze welke jeugdhulp wordt ingezet. 7.. Pleegouders kunnen voor hulp in eerste instantie bij de pleegzorgorganisatie terecht. Als het nodig is kan de pleegzorgorganisatie extra hulp vragen aan Buurtplein.

Rechtspraak bij dit artikel