Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.5

Hoogte en tarief pgb (Wmo)

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Doetinchem 2024

1.. Het college stelt bij besluit maximale pgb-tarieven vast voor maatwerkvoorzieningen in de vorm van dienstverlening waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen dienstverlening door een professional en door een informele hulp. 2.. De pgb-tarieven voor dienstverlening door professionele hulp voor ondersteuning (individueel, groep en logeren) en wonen worden vastgesteld op basis van het laagst geoffreerde tarief op dienstverleningsniveau dat gehanteerd wordt door de gemeente gecontracteerde aanbieders binnen de aanbesteding van zorg in natura voor Wmo. 3.. De hoogte van het pgb voor woningaanpassingen, hulpmiddelen en overige voorzieningen bedraagt in ieder geval niet meer dan het maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura waaronder inbegrepen de instandhoudingskosten of andere bijkomende kosten en is toereikend voor het inkopen daarvan. Als de naturaverstrekking een nieuwe voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering. 4.. Het college stelt de hoogte van het pgb vast op basis van twee offertes. 5.. Het onderhoud en de kosten van verzekering, worden bepaald aan de hand van het tarief dat van toepassing is op het hulpmiddel. Het pgb voor onderhoud en verzekering wordt passend en toereikend geacht en wordt per jaar verstrekt: Voor de duur van tenminste 7 jaar, of; Tot het jaar waarin de pgb-houder overlijdt, of; Totdat de voorziening waarvoor een pgb is verstrekt technisch is afgeschreven, of; Totdat de voorziening waarvoor een pgb is verstrekt verloren is gegaan, of; Totdat de voorziening waarvoor een pgb is verstrekt niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. 6.. De hoogte van een pgb voor een autoaanpassing wordt bepaald op basis van het programma van eisen voor de autoaanpassing en de laagste kostprijs aan de hand van twee overgelegde offertes. 7.. De hoogte van een pgb voor een sportrolstoel wordt bepaald op basis van het programma van eisen voor de sportrolstoel en bedraagt niet meer dan het in de nadere regels vastgestelde maximum. Het pgb wordt verhoogd met de kosten van onderhoud. 8.. De hoogte van een pgb voor een woningaanpassing wordt bepaald op basis van het programma van eisen voor aanpassing en de laagste kostprijs aan de hand van twee overgelegde offertes. 9.. Indien gebruik kan worden gemaakt van een hulpmiddel, geleverd door een door het college gecontracteerde aanbieder, wordt de hoogte van het pgb hierop afgestemd. 10.. De hoogte van een pgb voor een woningaanpassing en de eventueel daarmee samenhangende kosten van onderhoud, verzekering, keuring en reparatie zijn gelijk aan de tegenwaarde van het bedrag dat de gemeente heeft bedongen of zou hebben bedongen indien zij de woningaanpassing zelf zou hebben ingekocht. 11.. Bij de berekening van een pgb voor het gebruik van de (eigen) auto wordt uitgegaan van 2.000 kilometer op jaarbasis. Voor wat betreft de kosten per kilometer worden de normen van het Nibud voor een compacte klasse auto gehanteerd. 12.. De hoogte van het pgb (tarief) voor beschermd wonen wordt vastgesteld op basis van de indicatie, rekening houdend dat de cliënt zelf woonkosten verschuldigd is. 13.. Indien de cliënt met een indicatie voor beschermd wonen het pgb (nog) niet besteedt aan een beschermende woonomgeving als bedoeld in artikel 4.3 van deze verordening, stelt het college de hoogte van het pgb vast op basis van de individuele situatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel