Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7.1

Voorkomen van fraude en toezichthouder

Onderdeel van Verordening Maatschappelijke ondersteuning en Jeugdhulp Doetinchem 2024

1.. Het college stelt alles in het werk om fraude te voorkomen (preventie). Daarom informeert het college cliënten op een gepaste manier over rechten en plichten en over de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en voorzieningen. 2.. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van individuele voorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de recht- en doelmatigheid daarvan. Het college kan daarvoor gebruik maken van de handhavingsbevoegdheden die haar op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn gegeven. Bij het uitvoeren van onderzoek zorgt het college ervoor dat inbreuk op persoonlijkheidsrechten, zoals de bescherming van privacy, niet verder gaat dan wat noodzakelijk, passend en wettelijk is toegestaan. 3.. De controle van de voorzieningen is ook bedoeld om de kwaliteit van de voorziening, ook pgb’s, te beoordelen en om te kijken of de voorziening op de juiste manier wordt gebruikt. 4.. Het college wijst een of meerdere toezichthouders aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van een rechtmatige uitvoering van zowel de Wmo als de Jeugdwet, waaronder de bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik van de wet. 5.. Het college kan nadere regels stellen ter bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet.

Rechtspraak bij dit artikel