Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 6

Verordeningen

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Natuur- en Recreatieschap Lingegebied

1.. Het algemeen bestuur stelt geen door strafbepaling of bestuursdwang te handhaven verordening vast dan nadat het ontwerp van een zodanige verordening door een zienswijze de instemming heeft verkregen van de gemeenteraden van tenminste drie van het aantal deelnemende gemeenten. De termijn voor het naar voren brengen van een zienswijze is tien weken. 2.. Het algemeen bestuur kan slechts verordeningen vaststellen tot: regeling van het gebruik van recreatieve voorzieningen voor zover deze zijn gelegen op het grondgebied van de aan de regeling deelnemende gemeenten; en heffing van rechten en belastingen op grond van artikel 30, eerste lid, onder a, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 3.. De in het eerste en tweede lid gegeven voorschriften zijn eveneens van toepassing op wijziging en intrekking van de desbetreffende verordeningen. 4.. Het algemeen bestuur is bevoegd tot het vestigen van een alleenrecht op basis van de Europese en nationale aanbestedingswetgeving ten behoeve van de uitbesteding van werkzaamheden ter uitvoering van de publieke taken van het Natuur- en Recreatieschap.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel