Naar hoofdinhoud
1.. De leden van de Werkgeverscommissie worden door provinciale staten uit hun midden benoemd voor de duur van de zittingsperiode van provinciale staten. 2.. Deze benoeming vindt plaats zo spoedig mogelijk nadat de wettelijke statenperiode is begonnen. 3.. Bij een tussentijdse vacature wordt daarin voorzien via een voordracht van de Werkgeverscommissie aan provinciale staten met inachtneming van artikel 3, eerste lid. 4.. Het lidmaatschap van de Werkgeverscommissie eindigt: op eigen schriftelijk verzoek aan provinciale staten; het ontslag gaat in als de opvolger door provinciale staten is benoemd; indien de voorzitter of het lid aftreedt als lid van provinciale staten; indien provinciale staten van oordeel zijn dat de voorzitter of het lid niet langer geschikt zijn de functie van voorzitter of lid van de Werkgeverscommissie te vervullen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel