**1..** Wegslepen is een bijzondere vorm van bestuursdwang, waarvoor de wettelijke regels voor bestuursdwang van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing zijn.
De procedure betreffende de wegsleepregeling start met het aantreffen van een fout geparkeerd voertuig. Onder “voertuigen” wordt naast de motorvoertuigen onder meer verstaan: bromfietsen, scooters, invalidenvoertuigen en aanhangwagens.
Bij het aantreffen van een foutief geparkeerd voertuig dient de afweging te worden gemaakt of de aangetroffen situatie wegsleepwaardig is. Voertuigen zijn wegsleepwaardig, indien er een verkeersregel wordt overtreden én waarvan de verwijdering noodzakelijk is in verband met het belang van:
de veiligheid op de weg en/of
de vrijheid van het verkeer en/of
het vrijhouden van de wegen of weggedeelten, zoals aangewezen in het ‘Besluit wegslepen van voertuigen’ (Staatsblad 2001, nr.353) en waarop de gemeentelijke wegsleepverordening van toepassing is.
**2..** Wegslepen kan dientengevolge:
op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E1 van bijlage 1 van het RVV 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld in artikel 24, lid 1 onder e RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een parkeerverbod geldt;
op een weg of weggedeelte waar door middel van bord E2 van die bijlage of door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 23, lid 1 onder g RVV 1990 wordt aangegeven dat ter plaatse een verbod stil te staan geldt;
op een parkeerplaats nader aangeduid door bord E4 van die bijlage (al dan niet met onderbord) voor zover:
het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep voertuigen;
het voertuig op een andere dan de aangegeven wijze is geparkeerd;
het voertuig op andere dagen of uren dan aangegeven is geparkeerd;
op een taxistandplaats, nader aangeduid door bord E5 van die bijlage, tenzij het parkeren gebeurt met een taxi;
op een gehandicaptenparkeerplaats, nader aangeduid met bord E6 van die bijlage:
tenzij het parkeren gebeurt met een gehandicaptenvoertuig;
tenzij gebruik wordt gemaakt van een geldige en duidelijk zichtbaar aangebrachte gehandicaptenparkeerkaart;
die gereserveerd is voor een bepaald voertuig, tenzij het parkeren gebeurt met dat voertuig;
op een laad- en losplaats, nader aangeduid door bord E7 van die bijlage (met uitzondering van de aangegeven dagen of uren), tenzij de bestuurder van het voertuig bezig is met het onmiddellijk laden en lossen van goederen;
op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E8 van die bijlage voor zover het voertuig niet behoort tot de toegelaten categorie of groep voertuigen;
op een parkeerplaats, nader aangeduid door bord E9 van die bijlage en bestemd voor vergunninghouders, tenzij het parkeren gebeurt met het voertuig waarvoor een parkeervergunning is afgegeven;
in een voetgangersgebied, nader aangeduid door bord G7 of C1 van die bijlage;
op een beweegbare brug, nader aangeduid door bord J15 , voorzover het voertuig de vrije doorgang belemmert;
op een fietspad, nader aangeduid door bord G11,G1 2a of G13 van die bijlage;
op een fietsstrook, nader aangeduid door een doorgetrokken of onderbroken streep gemarkeerd gedeelte van de rijbaan waarop afbeeldingen van een fiets zijn aangebracht;
op een erf, nader aangeduid door bord G5 van die bijlage, voorzover het voertuig niet is geparkeerd op een parkeerplaats die als zodanig is aangeduid of aangegeven.
op een weg of weggedeelte waar een markt wordt gehouden, dan wel marktterreinen;
op een weg of weggedeelte waar een evenement wordt gehouden;
op een weg of weggedeelte waar een standplaatsvergunning is verstrekt;
voor een inrit of een uitrit
voor een (auto-)wrak
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1
Algemeen
Onderdeel van Beleidsregel wegslepen, bewaren en teruggave van voertuigen Neder-Betuwe