Naar hoofdinhoud
1.. De compensatie voor de uitvoering van de DAEB-activiteit wordt verleend in de vorm van een financiële bijdrage die is bedoeld ter dekking van het financieel tekort van de Gesubsidieerde activiteit die door de realisatie van de DAEB-activiteit zal ontstaan. 2.. De maximale compensatie voor de DAEB-activiteit c.q. Gesubsidieerde activiteit bestaat uit de betaling van een financiële bijdrage die maximaal het financieel tekort bedraagt zoals bedoeld in de subsidie die per separaat besluit aan Sterpassage C.V. en Sterpassage Rijswijk I C.V. zal worden verleend. 3.. De compensatie zal slechts worden verleend indien sprake is van vorenbedoeld financieel tekort. De compensatie omvat alle kosten die voor de DAEB-activiteit (en daarmee de Gesubsidieerde activiteit) worden gemaakt met in achtneming van artikel 5 lid 3 DAEB-Vrijstellingsbesluit voor zover deze de aan de DAEB-activiteit (en daarmee de Gesubsidieerde activiteit) gerelateerde netto-opbrengsten van de onderneming overstijgen (met inachtneming van een redelijke winst als bedoeld in artikel 5 leden 5 en 7 DAEB-Vrijstellingsbesluit). De gemaakte kosten en behaalde opbrengsten worden conform de algemene beginselen van projectadministratie door de DAEB-verrichter bijgehouden. Hierbij geldt dat eventuele aanvullende steun van andere overheidsinstellingen ook als opbrengst moet worden gezien. 4.. Om overcompensatie te voorkomen wordt Sterpassage Rijswijk C.V. en Sterpassage Rijswijk I C.V. verplicht in het subsidiebesluit: een feitelijk gescheiden boekhouding te hanteren (inkomsten en uitgaven gescheiden administreren: “DAEB-activiteit” enerzijds en “overige activiteiten” anderzijds), of in hun projectadministratie een duidelijke herkenbare codering van DAEB en niet-DAEB kosten aan te brengen, waardoor er administratief een scheiding bestaat tussen activiteiten op basis van dit aanwijzingsbesluit en andere activiteiten van Sterpassage Rijswijk C.V. en Sterpassage Rijswijk I C.V.; als er voor de uitvoering van de DAEB-activiteit, in aanvulling op de reeds verleende specifieke uitkering, ook door andere overheden steun is verleend, eigener beweging een volledige opgave te doen van deze steun (ook als deze is verleend met toepassing van een staatssteunkader); gedurende de duur van de openbare dienstverplichting en tien (10) jaar na afloop van de DAEB de bewijsmiddelen te bewaren van de kosten die verband houden met de DAEB-activiteiten (zoals facturen e.d.). Kosten waarvoor achteraf geen bewijsmiddelen zijn te vinden in de projectadministratie van Sterpassage Rijswijk C.V. en/of Sterpassage Rijswijk I C.V. worden niet in aanmerking gebracht voor de compensatie; en zich te houden aan de bepalingen die voortvloeien uit het DAEB-Vrijstellingsbesluit, omtrent het afleggen van rekening en verantwoording, inclusief accountantscontrole(s). met dien verstande op grond van bovengenoemde parameters alleen kosten mogen worden vergoed die doelmatig en redelijkerwijs nodig zijn voor de uitvoering van de DAEB- en Gesubsidieerde activiteit. De kosten als opgenomen in de aanvragen voor SPUK IW-subsidie worden geacht doelmatig en redelijkerwijs nodig als voornoemd te zijn.5. Het college controleert minimaal om de drie jaar gedurende de periode van de DAEB-activiteit (en daarmee de Gesubsidieerde activiteit) op aanwijzingen voor overcompensatie of laat dit controleren. Het college controleert in ieder geval aan het einde van de DAEB-activiteit(en daarmee de Gesubsidieerde activiteit) op aanwijzingen van overcompensatie of laat dit controleren. In het geval de DAEB-activiteit (en daarmee de Gesubsidieerde activiteit) minder lang duurt dan drie jaar beperkt het college zich tot deze eind controle.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel