Naar hoofdinhoud

Artikel 4

– Duur opgelegde maatregel en gedragstest

Onderdeel van Beleidsregel gevaarlijke en hinderlijke honden gemeente Zuidplas

1.. De opgelegde maatregel geldt in beginsel voor onbepaalde tijd. 2.. Op schriftelijk verzoek van de eigenaar of houder van de hond kan de opgelegde maatregel, na ommekomst van een jaar nadat een aanlijn- en /of muilkorfgebod als bedoeld in het eerste lid van artikel 2 en 3 is opgelegd, worden opgeheven wanneer de eigenaar of houder van de hond door middel van een gedragstest als bedoeld in artikel 4 lid 3 aannemelijk heeft gemaakt dat de hond niet hinderlijk of gevaarlijk is. Vereist is dat er in de periode waarin een aanlijn en/of muilkorfgebod van kracht is geweest, geen incidenten met de hond hebben plaatsgevonden. 3.. In opdracht van de eigenaar of houder van de hond kan bij de hond een gedragstest worden afgenomen om aan te tonen dat de hond niet hinderlijk of gevaarlijk is. De burgemeester gaat alleen tot heroverweging van zijn (voornemen tot het opleggen van een) maatregel over, indien deze gedragstest is afgenomen door een door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied benoemde gedragskeurmeester dan wel een andere erkende en door de burgemeester goedgekeurde onderzoeker of faculteit. Een gedragstest is bijvoorbeeld een MAG-test (Maatschappelijk Aanvaardbaar Gedrag), agressietest (zoals ontwikkeld door de universiteit Utrecht) of een TOP-test (Toetsing Op Persoonlijkheid). De gemeente dient het rapport rechtstreeks van de toetsende instantie te ontvangen. 4.. De uitkomst van het onderzoek kan resulteren in het wijzigen of intrekken van de opgelegde maatregel of in het opleggen van andere maatregelen, zoals bijvoorbeeld het volgen van een cursus gehoorzaamheid. 5.. De kosten voor het laten uitvoeren van een gedragstest komen voor rekening van de eigenaar of houder van de hond.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel