**1..** De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een onderzoek vast in een onderzoeksrapport.
**2..** Indien de toezichthouder oordeelt dat de gestelde eisen niet zijn of zullen worden nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport. Indien de toezichthouder tot dit oordeel komt, geeft hij in het onderzoeksrapport aan waarom hiervan sprake is.
**3..** Een onderzoeksrapport bevat in ieder geval:
Het KvK-nummer en de handelsnaam van de Pgb-aanbieder en indien van toepassing het adres waar de voorziening wordt geleverd anders dan het woonadres van client;
indien van toepassing: inschrijving in het BIG register of in het Kwaliteitsregister Jeugd, dan wel de vermelding dat een van deze registraties ontbreekt;
soort voorziening die is onderzocht;
vermelding van het college namens wie het toezicht is uitgevoerd;
functie van degene die het onderzoek heeft uitgevoerd;
aanleiding voor het onderzoek;
datum of periode van het onderzoek en datum van definitieve vaststelling van het rapport;
wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd;
resultaten van het onderzoek;
een advies aan het college.
**2..** Alvorens het definitief rapport wordt opgemaakt, stelt de toezichthouder de Pgb-aanbieder in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen en daarover overleg te voeren. Indien hierover overeenstemming is, worden feitelijke onjuistheden in het rapport aangepast. De Pgb-aanbieder wordt daarnaast in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na ontvangst van het conceptrapport een zienswijze te geven, die als bijlage bij het definitief rapport wordt gevoegd. Deze termijn kan door de toezichthouder worden verkort indien de inhoud van het rapport hiertoe aanleiding geeft.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Onderzoeksrapport
Onderdeel van Handhavingskader toezicht en naleving Pgb Wmo/Jeugdwet