Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.3

Artikel 5.3.1

Het werkprogramma

Onderdeel van Beleidskader toezicht & handhaving Wmo/Jeugdwet

De gemeentelijk toezichthouder geeft in zijn werkprogramma invulling aan proactief-risicogestuurd en/of thematisch toezicht. De toezichthouder bepaalt en is verantwoordelijk voor de toezichtagenda, passend binnen de door de gemeente gestelde kaders. De toezichthouder prioriteert binnen de beschikbare capaciteit. Dat doet hij of zij door jaarlijks in het werkprogramma de keuzes vast te leggen over de concrete invulling van het toezicht. De toezichthouder verzamelt de input voor het werkprogramma. De toezichthouder haalt deze informatie actief op bij ambtelijke afdelingen, cliëntenorganisaties, ketenpartijen en andere toezichthouders. Door cliëntorganisaties te betrekken, kunnen cliëntervaringen en cliënttevredenheid worden betrokken bij het opstellen van de toezichtagenda. Onderwerpen die in ieder geval onderdeel zijn van het werkprogramma zijn: Risico’s Risico’s vormen een belangrijke variabele voor het bepalen van de toezichtagenda. Dit kunnen risico’s zijn op het gebied van omvang, kwetsbaarheid van doelgroep, risicokenmerken van een voorziening, historie en signalen. Risico’s worden zowel door de toezichthouder als de ambtelijke afdelingen in kaart gebracht, ieder vanuit het eigen perspectief. Trends en Ontwikkelingen Denk hierbij aan recent ingevoerd beleid, actualiteiten die er spelen, uitkomstevan signaalgestuurd toezicht van een voorgaand jaar, etc. (Structureel) toezicht op recent gecontracteerd aanbod Na een aanbestedingsronde volgt toezichtonderzoek: nieuwe zorgaanbieders worden in ieder geval één keer in de looptijd van hun contract betrokken bij het toezichtonderzoek. Prioritering voor signaalgestuurd toezicht, specifiek voor pgb De toezichthouder werkt risicogestuurd. Dat betekent dat wanneer er ernstige signalen zijn over een voorziening, het onderzoek hiernaar prioriteit krijgt boven de reguliere werkagenda. Voor de prioritering van de signalen over pgb-aanbieders gelden de volgende criteria: De ernst van het signaal. De omvang van het Amsterdamse budget dat wordt besteed. Het aantal cliënten dat ondersteuning of jeugdzorg afneemt bij de pgb-aanbieder. Het aantal ontvangen signalen. De gemeentelijk toezichthouder beslist onafhankelijk over de inhoud van het werkprogramma binnen de hierboven geschetste kaders. Hij kan bepalen hoeveel en welke zorgaanbieders bezocht moeten worden. De verantwoordelijkheid voor de bestuurlijke afstemming over de inhoud van het werkprogramma ligt bij de toezichthouder. Het werkprogramma kan in de loop van het jaar aangepast worden, bijvoorbeeld vanwege tussentijdse signalen of calamiteiten. Het kan ook voorkomen dat er belangrijke ontwikkelingen zijn die zorgen dat de prioriteiten of ingeschatte risico’s tussentijds bijgesteld moeten worden. Als de toezichthouder het werkprogramma bijstelt, informeert de toezichthouder het gemeentebestuur hierover. In het jaarverslag legt de toezichthouder verantwoording af over de uitvoering en de resultaten van het werkprogramma. Organisatorische afstemming in de keten De aansluiting van het toezicht door de gemeentelijk toezichthouder op de handhaving door het college vraagt om een goede afstemming van het werkprogramma. Alleen dan kan geborgd worden dat de capaciteit van de handhaving aansluit op de resultaten van het toezicht. Er worden daarom gezamenlijk procesafspraken gemaakt over de wijze van informeren en afstemmen.

Rechtspraak bij dit artikel