Onderdeel van het toezicht is het verrichten van onderzoek. Hoe een onderzoek eruit ziet, kan per situatie verschillen. Het hangt af van het onderwerp van onderzoek (bijvoorbeeld de voorziening of de instantie) en van de aanleiding (proactief of signaalgestuurd). Het onderzoek kan bestaan uit een locatiebezoek, uit een documentenonderzoek of uit gesprekken met betrokkenen, waaronder cliënten of een cliëntenraad. Bij het onderzoek wordt ook de cliënttevredenheid meegewogen als onderdeel van de kwaliteitseisen.
Het toezicht kan aangekondigd of onaangekondigd zijn, ook daarbij is het type toezicht mede bepalend: proactief of signaalgestuurd. De toezichthouder kan onaangekondigd een bezoek afleggen om een goed beeld te krijgen van de dagelijkse praktijk. Maar soms is het belangrijk om de tijd te hebben om met mensen te praten of om het bestaande beleid onder de loep te nemen. In dat geval maakt de toezichthouder daar een afspraak voor.
De gemeentelijk toezichthouder voert het onderzoek uit op basis van openbaar gemaakte toetsingskaders. In deze kaders is opgenomen naar welke kwaliteits- en rechtmatigheidseisen gekeken wordt. Als een onderzoek is afgerond, stelt de gemeentelijk toezichthouder een rapport
op met daarin alle bevindingen. In het geval van signaalgestuurd toezicht is het rapport voorzien van een handhavingsadvies aan het college.
Een toezichtrapport kan gevolgen hebben voor zowel de aanbieder als de cliënt. Daarom is het belangrijk dat het rapport zorgvuldig tot stand komt. De toezichthouder stelt allereerst een conceptrapport op en legt dit voor aan de betrokken zorgaanbieder. Als er feitelijke onjuistheden of onduidelijkheden in staan, kan de toezichthouder dit aanpassen. Zoals eerder vermeld, worden in principe alle toezichtrapporten openbaar gemaakt. Dit doen we om zo transparant mogelijk te zijn.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.3
Artikel 5.3.3
Het onderzoek
Onderdeel van Beleidskader toezicht & handhaving Wmo/Jeugdwet