Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.2

Artikel 6.2.5

De weging

Onderdeel van Beleidskader toezicht & handhaving Wmo/Jeugdwet

We willen effectief toezicht houden en vervolgens slagvaardig handhavend optreden wanneer dat nodig is. De keuze die gemaakt wordt als het gaat om de inzet van informele of formele handhavingsmaatregelen vraagt altijd om maatwerk. In de meeste gevallen is er sprake van een veelheid aan factoren en omstandigheden die elk individueel geval uniek maakt. Wel geven we door middel van een wegingskader enkele objectieve factoren die de uiteindelijke keuze voor een maatregel onderbouwen. Het gaat om de volgende factoren die voor een belangrijk deel bepalend zijn voor de keuze van een maatregel. Ernst van de situatie Bij de bepaling van de ernst van de situatie worden de volgende factoren betrokken: Veiligheid van cliënten en personeel. Ernst van het risico c.q. het type schade. De omvang van de groep mensen waarop het risico van toepassing is of kan zijn. Het aantal kwaliteits- en/of rechtmatigheidseisen waaraan een aanbieder niet voldoet. Vertrouwen in verbeterkracht Een tweede factor die van invloed is bij de weging is het vertrouwen in de verbeterkracht van de betrokken zorgaanbieder, of de kans op herhaling of het niet verbeteren van de situatie. Factoren die hierbij meespelen zijn: De aard van de tekortkoming of overtreding. De houding van de aanbieder (niet-weten, niet-kunnen, niet-willen). Recidive of niet. De organisatiegraad van de zorgaanbieder.

Rechtspraak bij dit artikel