Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4

Artikel 2:35

Hoe wordt de subsidie voor 2026 verdeeld?

Onderdeel van Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2025

1.. Verdeling van de subsidie voor het tijdvak 2026 vindt tevens plaats op basis van de rangschikking van de aanvragen voor het tijdvak 2025. Dit houdt in dat voor het tijdvak 2026 in beginsel enkel subsidie kan worden verstrekt aan de subsidieontvanger aan wie op grond van voornoemde rangschikking voor het tijdvak 2025 subsidie is verleend. 2.. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan een aanvraag van de subsidieontvanger aan wie voor het tijdvak 2025 subsidie is verleend, in aanvulling op het bepaalde in artikel 4:35 van de Awb, worden geweigerd indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de activiteiten van het samenwerkingsverband in onvoldoende mate hebben bijgedragen aan het bereiken van het doel van de Subsidieregeling als bedoeld in artikel 2:25. 3.. Als de aanvraag met toepassing van het tweede lid wordt afgewezen of er door de subsidieontvanger aan wie voor het tijdvak 2025 subsidie is verleend geen aanvraag voor het tijdvak 2026 is ingediend, wordt de volgende procedure gevolgd. De in de rangorde met betrekking tot 2025 als een-na-hoogste geëindigde penvoerder wordt in de gelegenheid gesteld om een aanvraag voor 2026 in te dienen. Bij die aanvraag dienen de gegevens als bedoeld in artikel 2:32, vierde lid, worden gevoegd. De aanvraag zal vervolgens worden getoetst aan de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 2:37. Indien de als een-na-hoogste penvoerder geen aanvraag indient of de aanvraag wordt afgewezen, wordt de hiervoor beschreven procedure gevolgd ten aanzien van de op twee-na-hoogste geëindigde penvoerder. De procedure wordt zo vaak herhaald totdat er een subsidie voor 2026 is verleend of er door geen van de (resterende) penvoerders een aanvraag is ingediend of alle aanvragen zijn afgewezen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel