Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4

Artikel 2:37

Wanneer kan de subsidie geweigerd worden?

Onderdeel van Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2025

1.. In aanvulling op de weigeringsgronden die zijn genoemd in de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en in de Algemene subsidieverordening, weigeren burgemeester en wethouders de subsidie wanneer: de aanvraag of de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet voldoet aan het ge- stelde in deze Subsidieregeling; de aanvraag niet uiterlijk op het moment van aflopen van het tijdvak als bedoeld in artikel 2:33, eerste lid van deze Subsidieregeling een activiteitenplan en begroting bevat als bedoeld in artikel 2:32, vierde lid, onder f en g van deze Subsidieregeling de aanvraag naar het oordeel van burgemeester en wethouders onvoldoende tegemoetkomt aan het doel van deze Subsidieregeling; een deelnemer aan het samenwerkingsverband niet beschikt over de in de branche vigerende certificeringen of kwaliteitskeurmerken. de penvoerder, alvorens zijn aanvraag in te dienen, niet eerst een concept van het activiteitenplan bij burgemeester en wethouders heeft ingediend zoals bepaald in artikel 2:32 lid 2 van de Subsidieregeling; Naar het oordeel van burgemeester en wethouders onvoldoende is verzekerd dat de SLT zal voorzien in een voldoende dekkend zorglandschap; De penvoerder en de deelnemers van het samenwerkingsverband naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet over voldoende financiële en economische draagkracht beschikt om de subsidiabele activiteiten, ook met behulp van de onderhavige subsidie, naar behoren uit te kunnen voeren en de aan de subsidie verbonden verplichtingen na te kunnen leven, met inbegrip van (aansprakelijkheids-)risico’s die verband houden met de eventuele inschakeling van onderaannemers. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen een aanvraag bovendien afwijzen indien er sprake is van ernstig gevaar dat de subsidie mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of om strafbare feiten te plegen. 3.. In het kader van het toepassen van de weigeringsgrond uit het eerste lid onder f, kunnen burgemeester en wethouders, als zij dat nodig vinden, de aanvrager om nadere gegevens en bescheiden vragen om te bewijzen dat er sprake is van afdoende financiële en economische draagkracht. In dat kader kan onder meer worden gevraagd om een passende bankverklaring of een bewijs van verzekering tegen beroepsrisico’s, waaronder begrepen risico’s die verband houden met het inschakelen van onderaannemers, overlegging van jaarrekeningen of uittreksels uit de jaarrekening over de afgelopen drie jaar of een verklaring betreffende de totale omzet over de afgelopen drie jaar. 4.. In het kader van het toepassen van de weigeringsgrond uit het tweede lid, kunnen burgemeester en wethouders, al dan niet door het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, onderzoek doen naar het bestaan van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. De subsidie-aanvrager is verplicht om aan dit onderzoek alle medewerking te verlenen (Bibob-toets). 5.. Als de aanvraag die als hoogste in de rangschikking is geëindigd met toepassing van artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, de Algemene subsidieverordening of het bepaalde in het eerste of tweede lid van dit artikel geweigerd wordt, zullen de resterende aanvragen in de overeenkomstig artikel 2:34, zesde lid bepaalde rangorde worden beoordeeld aan de hand van de in de eerste volzin bedoelde weigeringsgronden. De subsidie zal daarbij worden verleend aan de hoogst gerangschikte aanvraag waarop geen van de weigeringsgronden van toepassing is. De alsdan eventueel resterende aanvragen zullen niet meer worden getoetst aan de weigeringsgronden, maar worden afgewezen met toepassing van artikel 2:34, zesde lid. SUBSIDIEVERSTREKKING

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel