Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4

Artikel 2:32

Wat is er nodig bij de aanvraag?

Onderdeel van Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2025

1.. De aanvraag wordt ingediend door de penvoerder van het samenwerkingsverband. 2.. Voordat toepassing wordt gegeven aan lid 3 (indienen concept activiteitenplan) hebben potentiële aanvragers de mogelijkheid om via de website gedurende vier weken na in datumstelling van de subsidieregeling vragen te stellen over de Subsidieregeling en de daarmee beoogde subsidie. Burgemeester en wethouders zullen vervolgens binnen twee weken (met een mogelijkheid tot verlenging van maximaal twee weken) via de website een antwoord op de gestelde vragen publiceren (‘Nota van Inlichtingen’). 3.. Voordat de aanvraag wordt ingediend, moet de penvoerder bij burgemeester en wethouders een concept indienen van het activiteitenplan als bedoeld in artikel 2:32, vierde lid, onder f, van deze Subsidieregeling. Het concept van het activiteitenplan kan worden ingediend uiterlijk 31 augustus 2024. Burgemeester en wethouders zullen tijdens een mondeling overleg reageren op het concept van het activiteitenplan, met als doel dat de aanvraag zo goed mogelijk aan zal sluiten bij het doel van deze Subsidieregeling. Het mondeling overleg zal plaatsvinden in de maand september. Het blijft echter de verantwoordelijkheid van de aanvrager om een aanvraag in te dienen in overeenstemming met het bepaalde in de Subsidieregeling. Aan het mondeling overleg kan door de aanvrager niet het vertrouwen worden ontleend dat de in te dienen aanvraag, inclusief het daarvan deel uitmakende activiteitenplan, in overeenstemming is met het bepaalde in de Subsidieregeling. 4.. De aanvraag bevat in ieder geval het volgende: gegevens over de deelnemers aan het samenwerkingsverband, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres; per deelnemer aan het samenwerkingsverband: een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel; een volmacht en machtiging waaruit blijkt dat de penvoerder bevoegd is om, waar nodig, de overige deelnemer(s) aan het samenwerkingsverband te vertegenwoordigen; een ondertekende samenwerkingsovereenkomst tussen de deelnemers aan het samenwerkingsverband, waarin in ieder geval de volgende onderwerpen zijn opgenomen De rolverdeling ten aanzien van de subsidiabele activiteiten; Een verdeling van de subsidiabele kosten; De verplichting voor deelnemers om de penvoerder tijdig te voorzien van alle benodigde informatie om aan zijn verplichtingen uit deze overeenkomst te voldoen; Een bepaling waaruit blijkt dat alle deelnemers zich ertoe committeren de samenwerking voort te zetten in 2026; een afschrift van de inschrijving in het Kwaliteitsregister Jeugd voor de gespecialiseerde jeugdhulpaanbieder die deelneemt aan het samenwerkingsverband; een activiteitenplan, waarin aandacht wordt besteed aan de onderwerpen als bedoeld in artikel 2:34, derde lid van de Subsidieregeling. Per onderwerp moet in het activiteitenplan worden beschreven wat de visie van het samenwerkingsverband daarop is en op welke wijze het samenwerkingsverband aan dit onderwerp invulling gaat geven; een begroting waarin de subsidiabele kosten zijn opgenomen, alsmede de wijze waarop wordt voorzien in de daarvoor benodigde middelen. Hierbij wordt het format uit de Algemene subsidieverordening, als basis gehanteerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel