Voor het creëren van een veilige werkomgeving voor uitvoerenden en omgeving wordt als stelregel gehanteerd - alleen tijdens werktijden - “volledig afsluiten tenzij”. Hierbij moeten de werkzaamheden qua tijd en uitvoeringswijze zodanig worden gepland dat de bereikbaarheid van woningen, bedrijven, winkels en overige gebouwen (verder: objecten) voor (mindervalide) voetgangers, (brom)fietsers, gemotoriseerd (bestemmings)verkeer en hulp- en afvalophaaldiensten -in overleg met de betrokkenen- altijd zo veel mogelijk in stand gehouden wordt. Dit geldt ook in doodlopende straten of openbare woonerven.
Verder geldt:
Van een weg mag in principe maar een rijstrook worden afgesloten;
Er moet altijd minimaal een rijstrook beschikbaar zijn, mits deze aanwezig is;
Indien het onvermijdelijk is dat een weg toch volledig afgesloten moet worden moet de grondroerder ten minste vier werkweken voor aanvang van de werkzaamheden een gedetailleerd verkeers-, werk-, en tijdsplan ter goedkeuring voorleggen aan de gemeente en de afsluiting afstemmen met de regisseur kabels en leidingen of toezichthouder;
Na goedkeuring van het verkeers-, werk-, en tijdsplan moeten de hulpdiensten en de OV- en buurtbusdiensten ten minste drie werkweken voor aanvang van de werkzaamheden geïnformeerd worden door de grondroerder over de wegafsluiting;
De vooraankondigingsborden moeten een werkweek van tevoren aan beide zijden van de af te sluiten weg door de grondroerder geplaatst worden;
Brandkranen, afsluiters van water, gas en dergelijke en bovengrondse voorzieningen van andere netbeheerders moeten altijd zichtbaar en toegankelijk blijven;
De minimale doorrijbreedte voor hulpvoertuigen is 3,50 m en de minimale doorrijhoogte voor hulpvoertuigen is 4,50 m en moeten altijd gewaarborgd zijn;
Objecten moeten minimaal tot op 40,00 m benaderd kunnen worden.
Ter plaatse van de toegang en (nood)uitgang naar objecten moet een goede toegankelijkheid geboden worden voor voetgangers, inclusief (brom)fietsen die aan de hand meegevoerd worden en mindervalide voetgangers die vaak gebruik maken van hulpmiddelen zoals rollators, rolstoelen en scootmobielen. Hierbij is het toepassen van stevige en goed zichtbare loopplanken een minimale vereiste. De loopplanken moeten vlak en aansluitend aan elkaar geplaatst en in stand gehouden worden.
Indien de hulp- en afvalophaaldiensten objecten niet voldoende kunnen benaderen of de bereikbaarheid van winkels, bedrijven of percelen van andere belanghebbenden niet gegarandeerd kan worden dan moet de grondroerder minimaal vier werkweken vooraf overleggen met de toezichthouder zodat tijdig afspraken gemaakt kunnen worden om afdoende maatregelen te kunnen nemen.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.1.
Bereikbaarheid aangrenzende gebouwen
Onderdeel van Handboek kabels en leidingen 2024