Naar hoofdinhoud
1.. Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen waarbij méér dan 50m2 verhard oppervlak wordt aangelegd of vernieuwd geldt de waterbergingsopgave. 2.. Bij het verhogen van bestaande bouwwerken met verdiepingen gelden de extra m2’s als bestaand dak en geldt er geen waterbergingsopgave, tenzij de constructie en/of fundering wordt versterkt. Dan gelden de extra m2’s als nieuw dak oppervlak. 3.. De waterbergingsopgave wordt berekend aan de hand van percentage verhardingsoppervlak en percentage groenoppervlak. Hoe hoger het percentage groenoppervlak in verhouding tot verharding, hoe lager de waterbergingsnorm. Dit is uitgewerkt in bijlage 1 behorende bij de beleidsregel. 4.. De waterbergingsnorm varieert tussen de 0 en maximaal 75 mm per m² verharding. Dit is uitgewerkt in bijlage 1 behorende bij de beleidsregel. 5.. De regenbui waarmee gerekend wordt varieert tussen de 20 mm en 60 mm per uur. Dit is uitgewerkt in bijlage 1 behorende bij de beleidsregel. 6.. De waterbergingsopgave moet opgelost worden binnen plangebied, tenzij hier eerder bindende afspraken over zijn gemaakt. 7.. Ondergrondse waterbergende voorzieningen worden ontmoedigd door een hogere waterbergingsnorm toe te kennen. Dit is uitgewerkt in bijlage 1 behorende bij de beleidsregel. 8.. Voorzieningen die minder dan 1 meter water per dag (K=1) horizontaal en/of verticaal infiltreren in de ondergrond zijn niet toegestaan. 9.. Bij gemiddeld hoogste grondwaterstanden (GHG) van 0,5 meter onder maaiveld of ondieper, zijn infiltrerende waterbergende voorzieningen op of onder maaiveld niet toegestaan. 10.. Geveloppervlak hoger dan 30 meter boven het maaiveld, gezien vanuit het zuidwesten, telt voor 25% van het oppervlak mee als nieuwe verharding. Dit is uitgewerkt in bijlage 1 behorende bij de beleidsregel. 11.. Klimaatrobuuste maatregelen – anders dan het toevoegen van waterberging - kunnen gedeeltelijk ingezet worden om aan de waterbergingsopgave te voldoen. Dit is uitgewerkt in bijlage 1 behorende bij de beleidsregel. 12.. Aan de waterbergingsopgave kan alleen met fysieke maatregelen worden voldaan. Financiële compensatie is niet mogelijk. 13.. Voor de toepassing van dit artikel wordt de rekentool ‘klimaatopgave’ gebruikt. Het resultaat hiervan plus de uitwerking van de wateropgave wordt bij de vergunningaanvraag voor de realisatie van de ruimtelijke ontwikkeling gevoegd. De rekentool staat op https://rekentool.eindhovenduurzaam.nl. 14.. De waterbergingsopgave, aanleg en instandhouding van waterberging wordt met een beoordelingsregel in het omgevingsplan en/of een vergunningsvoorwaarde in de omgevingsvergunning vastgelegd en indien van toepassing opgenomen in de anterieure overeenkomst. 15.. Waterberging dient bij oplevering van de ontwikkeling te zijn aangelegd, tenzij anders wordt vastgelegd in de omgevingsvergunning/het omgevingsplan en indien van toepassing de anterieure overeenkomst.

Rechtspraak bij dit artikel