**1..** Het college kan een woonvoorziening verlenen aan een ondersteuningsbehoevende die een woonwagen bewoont indien:
de technische levensduur van de woonwagen nog minimaal vijf jaar is;
de standplaats niet binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt;
de woonwagen ten tijde van de indiening van de aanvraag voor een woonvoorziening bij de gemeente op de standplaats stond;
de hoofdbewoner van een woonwagen in het bezit is van een bewoningsvergunning.
**2..** Het college kan een woonvoorziening verlenen aan een ondersteuningbehoevende die een woonschip bewoont indien:
de technische levensduur van het woonschip nog minimaal vijf jaar is;
het woonschip nog minimaal vijf jaar op de ligplaats mag blijven liggen.
**3..** Het college kan een woonvoorziening verlenen ten behoeve van een binnenschip indien de aanpassing betrekking heeft op het voor de schipper, de bemanning en hun gezinsleden bestemde gedeelte van het verblijf van een binnenschip dat:
in het register, bedoeld in artikel 784 van Boek 8 van het Burgelijk Wetboek als zodanig te boek is gesteld op de wijze omschreven in de maatregel te boekgestelde schepen 1992 en;
bedrijfsmatig wordt gebruikt, hetzij voor het vervoer van goederen, daarbij blijkens de meetbrief bedoeld in het Metingbesluit binnenvaartuigen 1978 een laadvermogen van ten minste 15 ton hebbend of vor het vervoer van meer dan twaalf personen buiten de in de aanhef bedoelde.
Hoofdstuk 4.
Artikel 24.
Aanpassing woonwagens, woonschepen en binnenschepen
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen Wmo gemeente Noordoostpolder 2011