Een ondersteuningsbehoevende kan voor de in artikel 27 onder 1., vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen:
het gebruik van het openbaar vervoer, of;
het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken;
het gebruik van openbaar vervoer op grond van cognitieve of visuele beperkingen uitsluitend mogelijk is met begeleiding en van een algemene voorziening gebruik kan worden gemaakt zonder begeleiding.
Hoofdstuk 5.
Artikel 28
Het recht op een voorziening
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen Wmo gemeente Noordoostpolder 2011