Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VII

Artikel 26

Uittreding

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling recreatieschap Stichtse Groenlanden

1.. Een deelnemer kan geheel of gedeeltelijk uit de regeling treden door een daartoe strekkend besluit van het betreffende deelnemer en na verkregen toestemming van de betreffende raad of de Staten. Onder gedeeltelijk uittreden wordt verstaan het vanaf een bepaalde datum niet langer afnemen van diensten van c.q. het niet langer delegeren van tot dan toe gedelegeerde taken en bevoegdheden of het niet langer mandateren van tot dan toe gemandateerde taken en bevoegdheden aan de gemeenschappelijke regeling. 2.. In het geval diensten, taken en bevoegdheden door alle deelnemers die de betreffende diensten, taken en bevoegdheden afnemen hebben gedelegeerd of gemandateerd met ingang van dezelfde datum niet langer worden afgenomen c.q. niet langer worden gedelegeerd of gemandateerd, stellen de colleges met elkaar een plan op waarin alle aspecten en gevolgen daarvan worden geregeld, zodat er geen sprake is van achterblijvende kosten en achterblijvend personeel. 3.. Een deelnemer zendt het besluit tot uittreding aan het Algemeen Bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan de dag nadat het Algemeen Bestuur het besluit heeft ontvangen. 4.. Tenzij het Algemeen Bestuur een kortere termijn bepaalt, kan de (gedeeltelijke) uittreding niet eerder plaatsvinden dan tegen 31 december van het derde kalenderjaar volgend op de datum van de in het tweede lid bedoelde ontvangstdatum.

Rechtspraak bij dit artikel