Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Belastbaar feit en belastingplicht

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2011

1. De belasting wordt geheven:a. van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de     gemeentelijke riolering wordt afgevoerd; enb. van de gebruiker van een onroerend goed waarvan het verharde oppervlakte     gelijk is aan of groter dan 1.000 m3, en waarvan het hemelwater wordt     afgevoerd op de gemeentelijke riolering. 2. Met betrekking tot de belasting als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, wordt als gebruiker aangemerkt:a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet     krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;b. ingeval een gedeelte van een perceel - niet een gedeelte als bedoeld in     artikel 4 - voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte in gebruik     heeft afgestaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel