**1.** De belasting wordt geheven:a. van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd; enb. van de gebruiker van een onroerend goed waarvan het verharde oppervlakte gelijk is aan of groter dan 1.000 m3, en waarvan het hemelwater wordt afgevoerd op de gemeentelijke riolering.
**2.** Met betrekking tot de belasting als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, wordt als gebruiker aangemerkt:a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt;b. ingeval een gedeelte van een perceel - niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 - voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan.
Artikel 3
Belastbaar feit en belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2011