Vergunningen die zijn verleend onder de werking van de brandbeveiligingsverordening van 27 april 2000 en die van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van deze verordening worden aangemerkt als een vergunning krachtens deze verordening.
Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning op grond van de brandbeveiligingsverordening van 27 april 2000 is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.
Op bezwaarschriften gericht tegen een beschikking op een aanvraag om een vergunning krachtens de brandbeveiligingsverordening van 27 april 2000 wordt beslist met toepassing van deze verordening.