Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7:

Artikel 38a

Procedure voor vaststelling uittredingsplan

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Avri

1.. Het uittredingsplan bepaalt de systematiek voor berekening van de financiële gevolgen van de uittreding. 2.. Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom. 3.. Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur een onafhankelijke registeraccountant aan die in opdracht van het algemeen bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke registeraccountant komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 4.. Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke registeraccountant aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het dagelijks bestuur. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke registeraccountant aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur, waaronder in ieder geval de vertegenwoordiger in het algemeen bestuur van de uittredende deelnemer. 5.. Ten minste 12 maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Voorafgaand aan de vaststelling van het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom wordt de uittredende deelnemer in de gelegenheid gesteld een zienswijze te geven. Voor de zienswijze geldt een termijn van acht weken voor vaststelling. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in het eerste lid en op de jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar. 6.. Uiterlijk 6 maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur de definitieve uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in het eerste lid en op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding. 7.. In aanvulling op de berekening van de kosten voor uittreding zoals bedoeld in het zesde lid, waarbij ook kosten berekend zijn om een afkoopsom van voorziene risico’s te bepalen, wordt een risico-opslag van 3% toegepast om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten. 8.. Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het algemeen bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het algemeen bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uittreedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen of in een keer dient te betalen.

Rechtspraak bij dit artikel