Een ondersteuningsbehoevende kan voor de in artikel 5.1 lid 2 onder c t/m j vermelde voorziening inaanmerking worden gebracht wanneer:
a. aantoonbare beperkingen het gebruik van een collectief systeem van aanvullend al dan niet openbaar vervoer, onmogelijk maken dan wel;
b. een collectief systeem van aanvullend al dan niet openbaar vervoer niet aanwezig is.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.2
Primaat van collectief vervoer
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Eersel 2009