Het normatieve jaarlijkse subsidiebedrag per gemeenschapshuis wordt berekend op basis van zowel de gezamenlijke als de individuele uitkomsten van de voor alle gemeenschapshuizen opgestelde Meerjaren Onderhoudsplannen (versie 2023/24). Deze berekening bestaat uit de volgende twee onderdelen:
Een jaarlijks normbedrag per gemeenschapshuis gebaseerd op een gemiddeld subsidiabel onderhoudstarief per m2 per jaar over alle gemeenschapshuizen gezamenlijk op basis van alle meerjaren onderhoudsplannen en de m2 oppervlakte van het desbetreffende gemeenschapshuis.
Dit normbedrag A per gemeenschapshuis wordt als volgt bepaald:
De totale geraamde groot-onderhoudskosten voor de volledige periode van 20 jaar voor alle gemeenschapshuizen gezamenlijk op basis van de MJOP’s.
Omgerekend naar een m2 prijs door de uitkomst van onderdeel a. te delen door de gezamenlijke totale oppervlakte van de betreffende gemeenschapshuizen;
Omgerekend naar een gemiddelde subsidiabele m2-prijs door de uitkomst van onderdeel b. te vermenigvuldigen met 25%;
Om te rekenen naar een normbedrag per gemeenschapshuis door de uitkomsten van onderdeel c. te vermenigvuldigen met de oppervlakte van elk individueel gemeenschapshuis;
De uitkomsten van onderdeel d. te vermenigvuldigen met 40%.
Een jaarlijks normbedrag per gemeenschapshuis op basis van de volgens het individuele meerjaren onderhoudsplan individueel vast te stellen onderhoudskosten over 20 jaar, waarbij deze kosten worden gecorrigeerd op:
* acuut en/of achterstallig onderhoud;
* volledig vrijwillig beheer of uitbesteding van de horecafunctie aan een externe (commerciële) partij.
Dit normbedrag B per gemeenschapshuis kan als volgt worden bepaald:
De totaal geraamde groot-onderhoudskosten voor de volledige periode van 20 jaar;
Verminderd met de totaal geraamde groot-onderhoudskosten voor de eerste twee jaar
(normatief aangemerkt als achterstallig of acuut onderhoud);
Gemiddeld per jaar door de uitkomst van onderdeel b. te delen door 18 jaren;
Uitkomst van onderdeel c. te vermenigvuldigen met een percentage van 25 of 35%:
25% voor de eigenaars-/beheersorganisaties die de horecafunctie in hun gemeenschapshuis hebben uitbesteed/verhuurd aan een externe (commerciële) partij;
35% voor de eigenaars-/beheersorganisaties die het beheer van hun gemeenschapshuis volledig met vrijwilligers uitvoeren;
De uitkomst van onderdeel d. te vermenigvuldigen met 60%.
Berekening definitieve subsidie groot onderhoud per gemeenschapshuis.
Het definitieve jaarlijkse subsidiebedrag per gemeenschapshuis wordt als volgt berekend:
De optelsom van normbedrag A en normbedrag B per gemeenschapshuis;
Wanneer de optelsom van de subsidiebedragen per gemeenschapshuis volgens stap a. het voor de uitvoering van deze subsidieregeling maximaal door de gemeenteraad beschikbaar gestelde subsidiebudget overschrijdt geldt het volgende. De subsidiebedragen per gemeenschapshuis worden vermenigvuldiging met het percentage, dat voortvloeit uit de deling van het maximaal begrote subsidieplafond door het berekende totale subsidiebedrag voor de gezamenlijke gemeenschapshuizen volgens stap a. van dit onderdeel.
Dit in de gemeentebegroting opgenomen subsidiebudget wordt jaarlijks geïndexeerd overeenkomstig de wijze waarop dit ten behoeve van het verstrekken van budgetsubsidies in het kader van de begrotingsprocedure is vastgelegd en voor zover en voor het gedeelte dat dit indexpercentage hoger is dan 2%*
* In de MJOP’en is al een jaarlijkse kostenindexering van 2% opgenomen.