Naar hoofdinhoud
1.. Aan de belanghebbende kan meerdere aanvultermijnen worden geboden. Tussen aanvultermijnen moet minimaal een periode van drie kalenderdagen zitten. 2.. De duur van de aanvultermijn of een verlenging ervan wordt onder andere afgestemd op de mogelijkheden van de belanghebbende om de gevraagde gegevens in te leveren. De minimale duur van een aanvultermijn is: 10 kalenderdagen als de belanghebbende geen gemachtigde heeft; 14 kalenderdagen als de belanghebbende een gemachtigde heeft; de helft van het genoemde in onderdeel a of b als de aanvultermijn wordt verlengd. 3.. Een verzoek om de aanvultermijn te verlengen wordt ingewilligd als de aanvultermijn nog niet is verlopen en het redelijkerwijs aannemelijk is dat belanghebbende meer tijd nodig heeft.

Rechtspraak bij dit artikel